Naar hoofdinhoud

Artikel 1.6

Weigeringsgronden

Onderdeel van Regeling Vierjarige subsidies Kunstenplan 2025-2028

1.. Het bestuur weigert de gevraagde subsidie als: de aanvraag niet past binnen de doelstelling van de regeling zoals opgenomen in artikel 1.2; de activiteiten op grond van artikel 1.3 niet voor subsidie in aanmerking komen; de aanvrager op grond van artikel 1.4 niet voor subsidie in aanmerking komt. 2.. Het bestuur weigert de subsidie voorts als: De aanvraag niet voldoet aan de regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen; Indien de aanvrager in strijd met de wet- of regelgeving handelt of de activiteiten waarvoor wordt aangevraagd strijdig zijn met de wet- of regelgeving; De aanvrager ook zonder subsidie over voldoende gelden beschikt of kan beschikken, hetzij uit eigen middelen hetzij uit middelen van derden, om de activiteit te realiseren; De te subsidiëren activiteiten niet zullen worden uitgevoerd in de periode 2025-2028; De aanvrager niet voldoet aan de normen met betrekking tot good governance op het terrein van bestuur, toezicht en verantwoording zoals opgenomen in de Governance Code Cultuur (2019); De aanvraag naar het oordeel van het bestuur onvoldoende concreet is met betrekking tot de uit te voeren activiteiten; De aanvrager een museum betreft en dat museum niet is ingeschreven in het Museumregister en ook geen voornemen daartoe heeft; Er gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de aanvrager niet de capaciteiten heeft om de activiteiten naar behoren uit te voeren of de rechtsvorm van de organisatie niet geschikt is om de activiteiten te verwezenlijken waarvoor subsidie is aangevraagd; De aanvraag ‘onvoldoende’ scoort op het beoordelingscriterium ‘Uitvoerbaarheid’ als bedoeld in artikel 3.2; De aanvraag bij de beoordeling als bedoeld in artikel 3.2, in zijn totaliteit 10 punten of minder scoort; Aan de aanvrager subsidie is of zal worden verleend op door het college van B en W in het kader van het Kunstenplan 2025-2028.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel