Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Voorwaarden

Onderdeel van Regeling briefadres gemeente Opmeer 2023

1.. De aangifte wordt gedaan in de gemeente waar het briefadres zich bevindt. 2.. De aangever is verplicht om bij de aangifte tot briefadres de in het derde lid genoemde benodigde stukken te overleggen. Op verzoek verschijnt hij bij de aangifte aan de balie, tenzij dit om zwaarwegende redenen niet kan worden verlangd. Voor zover een in Bijlage 3 genoemde ‘Reden briefadres’ van toepassing is, is de aangever bij de aangifte tot briefadres verplicht om ook de in Bijlage 3 genoemde van bewijsstukken te overleggen. 3.. Onder benodigde stukken als bedoeld in het tweede lid onder a wordt in ieder geval verstaan: een geldig identiteitsbewijs van de aanvrager; de schriftelijke verklaring van de aanvrager met reden voor de aangifte en te verwachte periode dat het briefadres noodzakelijk is; een geldig identiteitsbewijs of een kopie hiervan en een schriftelijke verklaring van instemming van de briefadresgever. Op verzoek verschijnt ook de briefadresgever aan de balie, tenzij dit om zwaarwegende redenen niet kan worden verlangd; Een ingevulde en ondertekende vragenlijst briefadres, wanneer een briefadres wordt gekozen op grond van artikel 2, eerste en tweede lid. 4.. Als het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2, lid 4, is een schriftelijke verklaring van de burgemeester noodzakelijk waaruit blijkt dat opname van een woonadres niet wenselijk is. 5.. Als het briefadres noodzakelijk is op grond van artikel 2, lid 1 onder f en g, dient de noodzakelijkheid te blijken uit een onderliggend dossier. 6.. Ter voorkoming van (woon-)fraude en het misbruik maken van personen die zich in een afhankelijke of anderszins kwetsbare positie bevinden, wordt nadrukkelijk toegezien op een correcte naleving van de bepalingen van de Wet BRP in het geval dat de briefadresgever aan meer personen dan gebruikelijk toestemming geeft voor het houden van briefadres. Gebruikelijk wordt in dit verband gezien als maximaal aan twee gezinshuishoudens, aan twee alleenstaanden of aan een gezinshuishouden en een alleenstaande. 7.. Lid 6 van dit artikel is niet van toepassing indien de briefadresgever het college van burgemeester en wethouders betreft of een door dit college aangewezen rechtspersoon, bedoeld in artikel 2.42 onder b van de Wet BRP. 8.. Als het college van burgemeester en wethouders als briefadresgever optreedt, zoals benoemd in artikel 3, lid 7, dan mogen er aanvullende afspraken worden gemaakt met de briefadreshouder. Het niet nakomen van deze afspraken door briefadreshouder is echter op zichzelf geen grond om het briefadres te beëindigen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel