Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 8

Artikel 52

Werknemersvergunning

Onderdeel van Uitvoeringsbesluit Parkeerverordening Purmerend 2024

1.. Het college wijst het in de bijlage 3 opgenomen gebied aan als het gebied als bedoeld in artikel 3, derde lid onder h van de Parkeerverordening Purmerend 2024. 2.. Het college kan op grond van artikel 3, derde lid onder h van de Parkeerverordening Purmerend 2024 een werknemersvergunning verlenen waarmee geparkeerd kan worden op de parkeerapparatuurplaatsen gelegen in het in bijlage 4 opgenomen gebied dat omvat de parkeerterreinen aan de Stationsweg (inclusief de parkeerplaatsen aan de Stationsweg zelf) en achter het Stadhuis, indien: de aanvrager kentekenhouder is van het motorvoertuig waarvoor de vergunning wordt aangevraagd. Als het kenteken niet op naam van de aanvrager staat, moet de aanvrager aantonen dat hij de feitelijke gebruiker is van het motorvoertuig; de onder a. genoemde aanvrager middels een werkgeversverklaring, die op datum aanvraag niet ouder is dan één maand, aantoont dat hij werkzaam is bij een bedrijf dat of instantie die gevestigd is in het op de in bijlage 3 opgenomen gebied en de aanvrager daar ook zelf standplaats heeft. Deze werkgeversverklaring bevat ten hoogste: naam en voorletters(s) werknemer, naam en adres werkgever, indien dit afwijkt van het adres van de werkgever: standplaats werknemer, datum van afgifte; indien de fietsafstand tussen de zescijferige postcodes van zijn woonadres en het adres waar hij werkt meer bedraagt dan 10 kilometer volgens de ANWB-routeplanner, onderdeel fiets, kies reguliere fiets en kortste route. 3.. Het college kan op grond van artikel 3, derde lid onder h van de Parkeerverordening Purmerend 2024 een werknemersvergunning verlenen waarmee geparkeerd kan worden op de parkeerapparatuurplaatsen gelegen in het in bijlage 5 opgenomen gebied dat omvat het parkeerterrein Kooimanpark en Wherekant, indien: de aanvrager kentekenhouder is van het motorvoertuig waarvoor de vergunning wordt aangevraagd. Als het kenteken niet op naam van de aanvrager staat, moet de aanvrager aantonen dat hij de feitelijke gebruiker is van het motorvoertuig; de onder a. genoemde aanvrager middels een werkgeversverklaring, die op datum aanvraag niet ouder is dan één maand, aantoont dat hij werkzaam is bij een bedrijf dat of instantie die gevestigd is in het op de in bijlage 3 opgenomen gebied en de aanvrager daar ook zelf standplaats heeft. Deze werkgeversverklaring bevat ten hoogste: naam en voorletters(s) werknemer, naam en adres werkgever, indien dit afwijkt van het adres van de werkgever: standplaats werknemer, datum van afgifte; indien de fietsafstand tussen de zescijferige postcodes van zijn woonadres en het adres waar hij werkt meer bedraagt dan 10 kilometer volgens de ANWB-routeplanner, onderdeel fiets, kies reguliere fiets en kortste route. 4.. Het college verleent maximaal 150 werknemersvergunningen als bedoeld in het tweede lid en maximaal 90 werknemersvergunningen als bedoeld in het derde lid. 5.. Aanvragen voor een werknemersvergunning kunnen worden ingediend vanaf de dag van inwerkingtreding van dit besluit. Aanvragen worden ingediend middels een door het college vastgesteld aanvraagformulier. Als het aantal aanvragen het in het vierde lid genoemde aantal van 150 overstijgt, wordt op 7 december 2023 door een notaris geloot. De onder c. genoemde loting bepaalt de volgorde waarin werknemersvergunningen worden toegewezen: de aanvragers met lotingnummers 1 tot en met 150 krijgen een werknemersvergunning als bedoeld in het tweede lid; de aanvragers met lotingnummers 151 tot en met 240 krijgen een werknemersvergunning als bedoeld in het derde lid; de aanvragers met lotingnummers 241 en hoger komen in die volgorde op een wachtlijst. Aanvragen die worden ingediend na 30 november 2023 worden op volgorde van ontvangst op de in onderdeel d, 3° genoemde wachtlijst geplaatst onder de in 3° bedoelde aanvragen. 6.. Wanneer een werknemer niet meer voldoet aan alle in het tweede lid gestelde eisen, wordt de werknemersvergunning ingetrokken. Het college stelt vervolgens de houder van de werknemersvergunning als bedoeld in het derde lid met het laagste volgordenummer als bedoeld in het vijfde lid, onder d, 2° in de gelegenheid aan te geven of hij in aanmerking wil komen voor een werknemersvergunning als bedoeld in het tweede lid. Indien dit het geval is, verleent het college hem een werknemersvergunning als bedoeld in het tweede lid. 7.. Wanneer een werknemer niet meer voldoet aan alle in het derde lid gestelde eisen, wordt de werknemersvergunning ingetrokken. Het college verleent de werknemersvergunning aan de aanvrager met het laagste volgordenummer op de wachtlijst.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel