**1..** De ontheffing is niet overdraagbaar.
**2..** De ontheffing mag slechts worden gebruikt ten behoeve van de door de aanvrager omschreven werkzaamheden en/of activiteiten.
**3..** De ontheffing wordt op eerste vordering van een politieambtenaar, de daartoe bevoegde bijzondere opsporingsambtenaar of toezichthouder ter inzage gegeven.
**4..** De ontheffinghouder dient ervoor zorg te dragen dat degene die het voertuig in zijn opdracht bestuurt danwel gebruik maakt van de ontheffing als bedoeld in artikel 4, kennis heeft van de voorschriften en beperkingen die aan de ontheffing zijn verbonden en de consequenties van het zich niet houden aan deze voorschriften en beperkingen.
**5..** De ontheffinghouder dient ervoor zorg te dragen dat degene die het voertuig in zijn opdracht bestuurt danwel gebruik maakt van de ontheffing als bedoeld in artikel 4, bekend is met de actuele situatie voor wat betreft stremmingen en verkeersmaatregelen, zoals gewichtsbeperkingen op de voor hem relevante wegen binnen de zone of de voorgeschreven route.
**6..** Overige verkeersborden, ook die met een afwijkende gewichts- en/of aslast- of lengtebeperking, in de zone dienen te allen tijde te worden nageleefd.
**7..** Bij gebruik van de ontheffing is het zaak dat de omgeving en de overige verkeersdeelnemers niet op enigerlei wijze in gevaar worden gebracht en zo min mogelijk worden gehinderd.
**8..** Degene die het voertuig bestuurt, dient zich binnen de zone te houden aan de volgende gedragsvoorschriften:
Uitsluitend rijden op de in de voorschriften bij de ontheffing voorgeschreven route(s).
Voor het in- en uit laten stappen van passagiers is het uitsluitend toegestaan gebruik te maken van de halterings- en bufferplekken die door de gemeente worden gefaciliteerd voor specifiek autobussen alsmede van de eigen halteerplek of het eigen parkeerterrein van de bestemming ten behoeve waarvan de ontheffing is verleend mits voor het bereiken daarvan niet van de ontheven route hoeft te worden afgeweken.
Bij halteerhaltes is het alleen toegestaan passagiers in en uit te laten stappen. Parkeren is niet toegestaan.
Het is verboden zonder noodzaak de motor van de bus in werking te hebben. ‘Zonder noodzaak’ betekent dat de motor draaiende wordt gehouden zonder een verkeersbelang, dus zonder dat men rijdt of aanstalten maakt om te gaan rijden.
Houd vijf meter afstand tot andere zware voertuigen en objecten, ook op de rijbaan.
Rijgedrag: stapvoets rijden over verkeersdrempels en andere oneffenheden.
Artikel 6
– Ontheffingsvoorschriften
Onderdeel van Beleidsregels ontheffing zone zwaar verkeer – autobussen zwaarder dan 7,5 ton Amsterdam 2024