Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.3

Artikel 4.3.9

LOKALE MAXIMALE WAARDEN BRAASSEMERLAND (GEMEENTE KAAG EN BRAASSEM; BODEMLAAG 0-2 M-MV; LMW11)

Onderdeel van Nota bodembeheer 2023-2033

De gemeente Kaag en Braassem heeft in 2014 Lokale Maximale Waarden vastgesteld voor het gebied Braassemerland[2]. Dit beleid wordt voortgezet met uitzondering voor PCB. Het beleid voor PCB vervalt vanwege een tussentijdse bijstelling van toetsingsnormen in de Regeling. Uit de bodembeheernota[2] van de gemeente blijkt het volgende: “Braassemerland is door het college van B&W ingedeeld in de bodemfunctie ‘Wonen’. […] Uit de berekeningen van de destijds opgestelde bodemkwaliteitskaart blijkt dat de bodem in het gebied gemiddeld voldoet aan de kwaliteitsklasse Wonen. Een deel echter niet. Dat betreft zowel percelen die schoner zijn, als percelen waarvan de grond voor met name de parameters koper, lood, zink en PCB hogere gehalten hebben. In beide gevallen vormt het generieke beleid uit het Bbk voor grondverzet een obstakel. Enerzijds omdat dan grond van de klasse Wonen niet op een schoner perceel mag worden toegepast, anderzijds omdat binnen Braassemerland vrijkomende grond met parameters boven de klassegrens Wonen niet in de eigen zone mag worden toegepast. […] Ten aanzien van grondverzet gelden binnen de het gebied Braassemerland de volgende gebiedsspecifieke regels. Alle percelen in het gebied Braassemerland worden voorafgaand aan werkzaamheden (minimaal) verkennend onderzocht. Van elk perceel is derhalve bekend of het binnen de regels van de bodemkwaliteitskaart valt of daar een uitzondering op is. Grond die voldoet aan de LMW (zie tabel 4.6) mag binnen het gebied Braassemerland vrij toegepast worden. Grond die aan de LMW voldoet mag ook worden toegepast op van de uitgesloten percelen binnen het gebied Braassemerland. Omgekeerd niet. Grond van buiten het gebied Braassemerland, maar van binnen het beheergebied (zie § 4.2) moet voldoen aan de bodemkwaliteitsklasse Wonen. Extern aangevoerde grond van buiten het beheergebied (zie § 4.2) moet voldoen aan het generieke beleid uit het Bbk (zie tabel 2.1 bodemkwaliteitszones ‘[…]’). […] De LMW voor het gebied Braassemerland zijn gelijkgesteld aan de bodemkwaliteitsklasse Wonen uit de Regeling, behalve voor de parameters koper, lood, zink en PCB, waarvoor de 95-percentielwaarden gelden uit de destijds opgestelde bodemkwaliteitskaart[2]. Uit een risico-analyse blijkt dat er aan het toestaan van deze verhoogde gehalten geen risico’s ten aanzien van het geplande gebruik (wonen met tuin, plaatsen waar kinderen spelen) verbonden zijn.” De voornoemde risico-analyse is opgenomen in bijlage 4B. Daarbij kan worden gesteld dat voor de andere parameters dan koper, lood en zink de kwaliteitsklasse ‘Wonen’ gelijk is aan de generieke Maximale Waarde van het bodemgebruik in dit gebied (Wonen). Hierdoor treden er bij het huidige en toekomstige bodemgebruik geen risico's op. De kwaliteit van de grond voor PFAS-verbindingen moet voldoen aan de gedefinieerde toepassingseisen (zie § 4.6, tabel 4.8, blz. 57/98). Ook gelden nog eisen ten aanzien van bijmenging van bodemvreemd materiaal en asbest (zie § 4.4 en § 4.5). Tabel 4.6: Lokale Maximale Waarden Braassemerland Parameter LMW (in mg/kg ds) Koper 67 Lood 268 Zink 332 Andere parameters Maximale waarde functie Wonen

Rechtspraak bij dit artikel