De Directeur betrekt bij de uitoefening van de aan hem opgedragen bevoegdheden de relevante door de Gemeenteraad vastgestelde kaders alsmede het door Burgemeester en Wethouders vastgestelde beleid.
Burgemeester en Wethouders zorgen ervoor dat de Directeur over alle benodigde informatie noodzakelijk voor de uitvoering van het in het eerste lid bepaalde kan beschikken.
Bij voorgenomen nieuw beleid of beleidswijzigingen vindt afstemming plaats door het college van burgemeester en wethouders met de Directeur.
Bij (voorgenomen) besluitvorming vindt voorafgaand overleg plaats.
Artikel 3
Uitvoering
Onderdeel van Gemeente Heerlen - Mandaatbesluit van de gemeente Heerlen aan de Directeur van de RUD Zuid-Limburg 2023