**1..** Bijzondere bijstand wordt verstrekt onder aftrek van de draagkracht.
**2..** Bij de bepaling van de draagkracht wordt geen rekening gehouden met de kostendelersnorm als bedoeld in artikel 22a van de Pw.
**3..** Geen draagkracht hebben belanghebbenden die, op jaarbasis, een netto inkomen hebben tot 120% van de voor hen geldende bijstandsnorm (exclusief vakantiegeld) en die geen vermogen hebben boven de voor hen geldende vermogensgrens, zoals bedoeld in artikel 34 lid 3 Pw.
**4..** Indien de belanghebbende een hoger inkomen heeft dan 120% van de geldende bijstandsnorm dan wordt de draagkracht vastgesteld op 35% van het meerdere inkomen boven 120% van de geldende bijstandsnorm.
**5..** Indien de belanghebbende een hoger vermogen heeft dan de toepasselijke vermogensgrens als bedoeld in artikel 34 derde lid van de Pw, dient de belanghebbende de kosten te voldoen uit het vermogen.
**6..** In afzonderlijke regelingen kunnen afwijkende draagkrachtregels worden toegepast.
**7..** De draagkracht wordt telkens voor een periode van één jaar tot maximaal 3 jaar vastgesteld, beginnende op de eerste dag van de maand waarin de kosten gemaakt zijn.
**8..** Indien zich in de loop van de vastgestelde draagkrachtperiode ontwikkelingen voordoen die van zodanig belangrijke aard zijn dat hieraan niet kan worden voorbijgegaan (bijvoorbeeld het wegvallen c.q. het ontstaan van inkomstenbronnen) kan in afwijking van het zevende lid herziening plaatsvinden van de draagkracht over het resterende deel van de draagkrachtperiode.
**9..** Bij elke volgende aanvraag binnen de draagkrachtperiode wordt rekening gehouden met de vastgestelde draagkracht; de vastgestelde ruimte blijft dus gelden.