Als uitgangspunt voor het grondprijsbeleid inzake parkeren gelden de bepalingen inzake parkeren uit de Beleidsregel Parkeernormen Kaag en Braassem 2018, de LIOR en de voorgestane parkeeroplossingen vanuit het geldende bestemmingsplan of de stedenbouwkundige randvoorwaarden. De exacte vorm waarin het parkeren wordt opgelost, varieert hierdoor (gebouwd/ongebouwd, op maaiveld/half verdiept/ondergronds). Uitgangspunt voor het parkeerbeleid is dat het parkeren bij nieuwbouwontwikkelingen zoveel mogelijk op eigen (uit te geven) terrein wordt opgelost.
Als onvoldoende parkeergelegenheid op eigen terrein kan worden gerealiseerd, kan de gemeente een omgevingsvergunning voor afwijking van die eis verlenen en daaraan financiële voorwaarden verbinden ter compensatie. De opbrengst daarvan komt in het Parkeerfonds. De gemeente heeft de parkeerbijdrage geregeld in de Nota Vereveningsfondsen. Mogelijk wordt deze werkwijze anders onder de Omgevingswet.