**1..** Een jeugdige en/of ouder kan binnen de kaders van de Jeugdwet en deze verordening in aanmerking komen voor een individuele voorziening wanneer de Medewerker, de Lokale toegang of een andere verwijzer heeft vastgesteld dat:
**a..** inzet noodzakelijk is vanwege de aard en ernst van de hulpvraag; en
**b..** de jeugdige en/of ouders op eigen kracht of met inzet van personen uit het eigen netwerk, geen passende oplossing kunnen vinden voor hun hulpvraag; en
**c..** algemene, voorliggende of andere voorzieningen in de situatie van de jeugdige en/of ouder niet voldoende blijken.
**2..** Als een individuele voorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de meest geschikte individuele voorziening met de laagste prijs.
**3..** Jeugdige en/ouders kunnen alleen in aanmerking komen voor vaktherapie bij de toekenning van een individuele voorziening ambulante specialistische jeugdhulp.
**4..** Als de vertegenwoordiger ook de uitvoerder van de jeugdhulp is of op een andere manier betrokken is bij de uitvoerende jeugdhulpaanbieder, dan kan de aanvraag voor een individuele voorziening worden geweigerd.
**5..** De buurt waar de jeugdige en/of ouders woont, is leidend bij de toewijzing door de verwijzer behalve als:
**•.** de situatie van de jeugdige en/of ouders inzet door professionals van beide aanbieders vraagt; of
**•.** er zwaarwegende inhoudelijke redenen om de hulp op een andere plek te laten plaatsvinden; of
**•.** het om hulp gaat die door de Lokale toegang wordt toegekend.
**6..** In afwijking van lid 1, 3, 5 zijn de criteria voor het vaststellen of een jeugdige in aanmerking komt voor een beoordeling conform lid 7:
de Poortwachter ontvangt van de school het relevante leerlingdossier; en
de Poortwachter beoordeelt het leerlingdossier volgens de richtlijnen van het Nederlands Kennisinstituut Dyslexie (NKD) wat onder andere inhoudt:
dat uit 3 Cito-toetsen (of vergelijkbare toetsen) na elkaar blijkt dat de jeugdige een grote achterstand heeft op technisch lezen op woordniveau. Tussen deze toetsen zit iedere keer minimaal 6 maanden. Bij Cito-toetsen betekent dit dat de jeugdige 3 keer een E- of V-(min)-score heeft op lezen; en
de school aantoonbaar extra begeleiding heeft aangeboden. Deze begeleiding moet voldoen aan eisen die staan omschreven in de ‘Brede Vakinhoudelijke Richtlijn Dyslexie’ waaronder minimaal ondersteuningsniveau 3; en
de lees- en spellingproblemen niet voortkomen uit laaggeletterdheid, gebrekkig onderwijs of andere problemen; en
de Poortwachter adviseert het college over het te nemen besluit op basis van zijn beoordeling van het leerlingdossier dat de school heeft opgesteld.
**7..** De criteria voor het vaststellen of een jeugdige in aanmerking komt voor dyslexiezorg zijn:
de jeugdige heeft een toekennend besluit ontvangen naar aanleiding van de beoordeling van het leerlingdossier door de Poortwachter.
**b..** de aanbieder onderzoekt volgens de richtlijnen van het NKD in combinatie met het geldende Protocol Dyslexie en Diagnostiek en Behandeling; en
**c..** de aanbieder adviseert het college over het te nemen besluit op basis van het door hem verrichtte onderzoek.
Hoofdstuk 2
Artikel 5
Criteria voor individuele voorzieningen
Onderdeel van Verordening Jeugdwet gemeente Utrecht 2024