Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 10.

Algemene criteria voor een Maatwerkvoorziening

Onderdeel van Verordening Wmo 2015 en Jeugdhulp gemeente Uitgeest 2023

1.. Een Belanghebbende kan binnen de kaders van de Wmo 2015, de Jeugdwet en deze verordening in aanmerking komen voor een Maatwerkvoorziening. 2.. Een Belanghebbende komt in aanmerking voor een Maatwerkvoorziening indien naar het oordeel van het College bij de Belanghebbende: het op Eigen kracht en/of met Gebruikelijke hulp en zorg en/of met Algemeen gebruikelijke voorzieningen en/of met Algemene voorzieningen en/of met Mantelzorg en/of met ondersteuning uit Sociaal netwerk afwezig of ontoereikend zijn om de Hulpvraag te reduceren of op te lossen; én een Maatwerkvoorziening aannemelijk effectief bijdraagt aan het zo lang en verantwoord mogelijk in de eigen leefomgeving te participeren; én een Maatwerkvoorziening aannemelijk effectief bijdraagt aan het verminderen van de (psychische of psychosociale) problemen van de Belanghebbende, met als doel zich zo lang en verantwoord mogelijk op Eigen kracht te handhaven in een veilige omgeving; én de Maatwerkvoorziening, gelet op de Belanghebbende, veilig is voor hemzelf en zijn omgeving en geen gezondheidsrisico’s met zich meebrengt; én de Belanghebbende binnen zijn vermogen in voldoende mate meewerkt aan het opstellen en nakomen van het Onderzoeksverslag en de afspraken met de Aanbieder van de Maatwerkvoorziening of het Pgb. 3.. Bij het verstrekken van een Maatwerkvoorziening wordt in de Beschikking in ieder geval vastgelegd: welke Maatwerkvoorziening wordt verstrekt, wat de omvang is en wat het beoogde resultaat en/of doel daarvan is; wat de ingangsdatum en de duur van de verstrekking van de Maatwerkvoorziening is; in welke vorm de maatwerkverstrekking wordt verstrekt; of een eigen Bijdrage in het kader van Wmo 2015 verschuldigd is; of er eventuele verplichtingen/voorwaarden zijn die verbonden worden aan de verstrekking van de Maatwerkvoorziening; welke gecontracteerde Aanbieder de Maatwerkvoorziening verstrekt in het geval van Zorg In natura; als de Maatwerkvoorziening in de vorm van een Pgb wordt verstrekt: wordt de zorg en/of Ondersteuning uitgevoerd door een Informeel Pgb-aanbieder of een Professioneel Pgb-aanbieder; wat de hoogte van het Pgb is en hoe hiertoe gekomen is; de wijze van verantwoording van de besteding van het Pgb. 4.. Als een Maatwerkvoorziening noodzakelijk is ter vervanging van een eerder door het College verstrekte Maatwerkvoorziening, wordt deze alleen verstrekt als de eerder verstrekte Maatwerkvoorziening technisch is afgeschreven: tenzij de eerder verstrekte Maatwerkvoorziening niet opzettelijk door eigen toedoen verloren is gegaan; tenzij er sprake is van vervroegd technisch afschrijven door omstandigheden die aantoonbaar niet aan de Belanghebbende zijn toe te rekenen; tenzij de veroorzaakte kosten worden betaald via door de Belanghebbende afgesloten verzekering; of als de eerder verstrekte Maatwerkvoorziening niet langer een adequate oplossing biedt in de ondersteuningsbehoefte. 5.. Het College Besluit, indien de Belanghebbende op een Maatwerkvoorziening is aangewezen, tot de goedkoopst adequate en meest doeltreffende Maatwerkvoorziening. 6.. Het College kan een Maatwerkvoorziening, anders dan in de vorm van Maatwerkvoorzieningen Wmo 2015 als bedoeld in artikel 9, tweede lid sub a, derde lid sub a en vierde lid sub b en sub c van deze verordening, in bruikleen of in eigendom verstrekken. 7.. Een Belanghebbende komt niet in aanmerking voor een Maatwerkvoorziening met betrekking tot zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie als: de Belanghebbende geen Inwoner is van de gemeente Uitgeest; als voor de problematiek die aanleiding geeft voor de noodzaak tot ondersteuning, een Maatwerkvoorziening op basis van een andere wet dan de Wmo 2015 of de Jeugdwet bestaat; de Melding is gedaan op een zodanig moment dat een objectieve beoordeling van de noodzaak voor of de wijze van ondersteuning niet kan plaatsvinden; als de voorziening is verwezenlijkt voor de Melding; er ondersteuning is aangevraagd die zal worden verleend buiten Nederland, tenzij het beoogde aanbod aannemelijk effectief bijdraagt aan de zorg- en ondersteuningsdoelen in het Persoonlijk plan, en er aantoonbaar geen enigszins vergelijkbare zorg- en ondersteuning aanwezig is binnen Nederland; als het reis- en verblijfkosten van de Aanbieder of andere ondersteunende begeleiding betreft. 8.. Het College kan een Maatwerkvoorziening weigeren indien de Belanghebbende aanspraak heeft op verblijf of een volledig pakket thuis (VPT) en daarmee samenhangende zorg in een instelling of wijkgerichte zorg op grond van de Zorgverzekeringswet of Wet langdurige zorg, dan wel er redenen zijn om aan te nemen dat de Belanghebbende daarop aanspraak kan doen gelden en weigert mee te werken aan het verkrijgen van een besluit dienaangaande.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel