Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 25.

Voorwaarden Pgb-beheerder

Onderdeel van Verordening Wmo 2015 en Jeugdhulp gemeente Uitgeest 2023

1.. Een Pgb-beheerder wordt geacht de aan het Pgb verbonden taken op verantwoorde wijze te kunnen uitvoeren indien: hij eerste of tweedegraadsbloed- of aanverwant is van de Belanghebbende, tenzij bijzondere omstandigheden aanleiding geven om het beheer te laten uitvoeren door iemand die tot het sociaal netwerk behoort; hij door de rechtbank is aangesteld als mentor, curator of bewindvoerder; hij niet tevens uitvoerder is van de ondersteuning die met het Pgb wordt ingekocht of geen relatie heeft met de uitvoerder van de ondersteuning, tenzij dit gezien de situatie van de Belanghebbende, de aard van de ingekochte ondersteuning en de waarborgen waarmee een verantwoorde besteding en verantwoording van het Pgb is omgeven, naar het oordeel van het College passend wordt bevonden; er sprake is van voldoende nabijheid in de vorm van fysieke aanwezigheid en tijd; hij de belangen van de Belanghebbende voldoende kan behartigen; en hij de aan een Pgb verbonden taken kan uitvoeren. 2.. Een Belanghebbende krijgt twee keer de mogelijkheid om een Pgb-beheerder aan te dragen. Indien geen geschikte Pgb-beheerder wordt aangedragen, zal de aanvraag voor ondersteuning in de vorm van een Pgb worden afgewezen. 3.. Verstrekking in de vorm van Pgb vindt niet of niet langer plaats als: op grond van aanwijzingen die tijdens het onderzoek duidelijk zijn geworden het ernstige vermoeden bestaat dat de aanvrager problemen zal hebben bij het omgaan met een Pgb; er sprake is van vastgesteld oneigenlijk gebruik of misbruik van een Pgb in het verleden; er naar het oordeel van het College andere, zwaarwegende, bezwaren bestaan tegen de verstrekking.

Rechtspraak bij dit artikel