**1..** Voor verstrekking van de individuele vervoersvoorziening gelden de volgende criteria:
de Belanghebbende is in staat op een verantwoorde en zelfstandige wijze aan het verkeer deel te nemen; én
de Belanghebbende heeft een frequente verplaatsingsbehoefte van minimaal 2 à 3 keer per week voor dagelijks levensonderhoud en het aangaan of onderhouden van sociale contacten in de directe woonomgeving; én
er is geen andere aanvullende vervoersvoorziening is verstrekt met hetzelfde gebruiksdoel; én
de woonomgeving is geschikt voor gebruik van de vervoersvoorziening; én
hij uit Eigen kracht op de vervoersvoorziening kan gaan zitten en afstappen; én
hij zelfstandig in staat is het vervoermiddel te stallen.
**2..** Bij de te verstrekken vervoersvoorziening wordt rekening gehouden met lokale verplaatsingen in de directe woon- en leefomgeving van een maximum van tweeduizend (2000) kilometer per jaar.
**3..** Het College kent geen vervoersvoorzieningen toe als de Belanghebbende met of zonder loophulpmiddel redelijkerwijs in staat is het openbaar vervoer te bereiken en te gebruiken.
**4..** Het College kent geen vervoersvoorzieningen toe als deze is bedoeld is voor het verplaatsen van de reeds toegekende vervoersvoorzieningen.
**5..** Indien de Belanghebbende langer dan 3 maanden geen gebruik maakt van de vervoersvoorzieningen kan het College de toegekende Maatwerkvoorziening intrekken of beëindigen zoals bedoeld in artikel 2.3.10, eerste lid, sub e, van de Wmo 2015.
Hoofdstuk 9
Artikel 46.
Aanvullende criteria Vervoersvoorzieningen
Onderdeel van Verordening Wmo 2015 en Jeugdhulp gemeente Uitgeest 2023