Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 10

Artikel 62.

Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of terugvordering Jeugdwet, Wmo 2015

Onderdeel van Verordening Wmo 2015 en Jeugdhulp gemeente Uitgeest 2023

1.. Het College informeert Belanghebbenden of hun Vertegenwoordiger in begrijpelijke bewoordingen over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een Maatwerkvoorziening of Pgb zijn verbonden en over de mogelijke gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet. 2.. Onverminderd artikel 8.1.2 van de Jeugdwet en artikel 2.3.8 van de Wmo 2015, doet een Belanghebbende aan het College op verzoek of Onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing over een Maatwerkvoorziening dan wel over een Pgb. 3.. Onder het tweede lid zijn inbegrepen: een maatregel of lopend onderzoek van de IGJ; een registratie vanwege ondeskundige zorg; het handelen in strijd met relevante wetgeving of beleidsregels; misleiding; of fraude. 4.. Indien het derde lid gedurende de looptijd van de dienstverlening aan de Belanghebbende aan de orde is, dient de Aanbieder de Belanghebbende en diens Vertegenwoordiger direct schriftelijk op de hoogte te stellen. De Belanghebbende en diens Vertegenwoordiger zijn dan zonder verplichtingen, vrij om de overéénkomst met de Aanbieder zonder gevolg te ontbinden. 5.. Onverminderd artikel 8.1.4 van de Jeugdwet en artikel 2.3.10 van de Wmo 2015 kan het College een beslissing over een Maatwerkvoorziening dan wel over een Pgb herzien dan wel intrekken als het College vaststelt dat: de Belanghebbende onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; de Belanghebbende niet langer op de Maatwerkvoorziening of het Pgb is aangewezen; de Maatwerkvoorziening of het Pgb niet meer toereikend is te achten; de Belanghebbende niet voldoet aan de voorwaarden van de Maatwerkvoorziening of het Pgb, of de Belanghebbende de Maatwerkvoorziening of het Pgb niet of voor een ander doel gebruikt dan waarvoor het is bestemd. 6.. Een beslissing tot verlening van een Pgb kan worden ingetrokken als blijkt dat het Pgb binnen drie maanden na toekenning niet is aangewend voor de bekostiging van de Maatwerkvoorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden. 7.. Als het College een beslissing op grond van het tweede, derde, vierde en/of vijfde lid heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens door de Belanghebbende opzettelijk heeft plaatsgevonden, kan het College van de Belanghebbende en degene die daaraan opzettelijk zijn medewerking heeft verleend, geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten Maatwerkvoorziening of het ten onrechte genoten Pgb. 8.. Als het recht op een in eigendom of in bruikleen verstrekte Maatwerkvoorziening is ingetrokken, kan deze Maatwerkvoorziening worden teruggevorderd. 9.. Het College kan de Sociale verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een geheel of gedeeltelijke opschorting voor ten hoogste dertien weken van betalingen uit het Pgb als er ten aanzien van een Belanghebbende een ernstig vermoeden is gerezen dat er sprake is van een omstandigheid als bedoeld in artikel 2.3.10, eerste lid, onder a, d of e, van de Wmo 2015.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel