Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 11

Artikel 66.

Verhouding prijs en kwaliteit Aanbieder

Onderdeel van Verordening Wmo 2015 en Jeugdhulp gemeente Uitgeest 2023

1.. Ter waarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor de levering van een dienst als bedoeld in artikel 2.6.6, eerste lid, van de Wmo 2015 of artikel 2.12, van de Jeugdwet en de eisen die gesteld worden aan de kwaliteit van de dienst stelt het College vast: een vaste prijs of tarief, toegepast bij een inschrijving als bedoeld in de Aanbestedingswet 2012 en het aangaan van een overeenkomst met een derde; of een reële prijs of tarief, geldend als ondergrens voor: het doen van een inschrijving en het aangaan van een overeenkomst, én de vaste prijs, bedoeld in sub a. 2.. Het College stelt de prijzen of het tarief, bedoeld in het eerste lid, vast: overeenkomstig de eisen aan de kwaliteit van de dienst, waaronder de eisen aan de deskundigheid van de beroepskracht; én rekening houdend met de continuïteit in de hulpverlening, bedoeld in artikel 2.6.5, tweede lid, van de Wmo 2015 en 12.4, eerste lid, onder a, van de Jeugdwet, tussen degenen aan wie de dienst of Jeugdhulp wordt verstrekt en de betrokken hulpverleners. 3.. Het College baseert de vaste prijs of de reële prijs op de volgende kostprijselementen: de kosten van de beroepskracht; redelijke overheadkosten; kosten voor niet-productieve uren van de professionals als gevolg van verlof, ziekte, scholing, werkoverleg; reis- en opleidingskosten; indexatie van de reële prijs voor het leveren van een dienst; overige kosten als gevolg van door de gemeente gestelde verplichtingen, zoals rapportageverplichtingen en administratieve verplichtingen. 4.. Het College kan het eerste lid, onder b, buiten beschouwing laten indien bij de inschrijving aan de derde de eis wordt gesteld een prijs of tarief voor de dienst te hanteren die gebaseerd is op wat gesteld is in het tweede en derde lid. Daarover legt het College verantwoording af aan de gemeenteraad. 5.. Het College kan de uiteindelijk over een kalenderjaar te betalen vergoeding aan een Aanbieder van een dienstverlening korten met maximaal het bedrag waarmee bezoldigingen en uitgekeerde ontslagvergoedingen aan al dan niet ingehuurde (deeltijd) medewerkers, bestuurders en toezichthouders over dat jaar (naar rato) meer bedragen dan de normen, zoals bedoeld in artikel 2.3 en 2.10, van de Wet normering topinkomens. 6.. Wanneer de Aanbieder op enige wijze bedragen onttrekt aan de bedrijfsvoering op een voor de branche niet gebruikelijke, niet integere dan wel niet marktconforme wijze, wordt dit gezien als schending van de integriteit. Dit staat het leveren van ondersteuning in de weg en heeft tot gevolg dat het College de Aanbieder kan uitsluiten van het leveren van de ondersteuning, zoals omschreven in deze verordening en op basis van de contracten met de Aanbieders.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel