De wetgever heeft bepaald dat de gemeente in sommige gevallen een uitkering kan terugvorderen en in andere gevallen een uitkering moet terugvorderen als aan de wettelijke voorwaarden is voldaan. Als het om bijstand gaat, staan die voorwaarden in artikel 58 en 59 van de Participatiewet. Een vergelijkbare bepaling is opgenomen in artikel 25 en 26 van de IOAW en de IOAZ.
De gemeente is verplicht een uitkering terug te vorderen, als de inwoner een te hoog bedrag of deze uitkering ten onrechte heeft gekregen. Dat heeft de wetgever zo bepaald. Het gaat dan om situaties waarin de inwoner verkeerde informatie, geen informatie of te laat informatie heeft gegeven. In de andere gevallen die de wetgever noemt, mag de gemeente terugvorderen, maar hoeft dat niet. Het is in die gevallen een bevoegdheid die de gemeente op de volgende manier invult: in alle gevallen dat de wetgever zegt dat een uitkering kan worden teruggevorderd, vordert de gemeente de uitkering ook terug.
Om te kunnen terugvorderen en de vordering te incasseren, maakt de gemeente gebruik van bevoegdheden die nodig zijn om een uitkering terug of in te vorderen. De gemeente:
**a..** Trekt de uitkering in of herziet de uitkering, als dat nodig is om die uitkering terug te vorderen;
**b..** Verrekent de vordering met een uitkering van de gemeente of met een andere vordering die de inwoner op de gemeente heeft; en
**c..** Verhoogt de vordering met de loonbelasting en premies volksverzekeringen, die de gemeente moet inhouden als het om een uitkering gaat (dit heet bruteren);
**d..** Gebruikt voor beslaglegging op inkomen een dwangbevel dat, waar dat mogelijk is, per post wordt verstuurd. Dit heet een vereenvoudigd derdenbeslag;
**e..** Berekent wettelijke rente over de vordering als de inwoner niet op tijd betaalt;
**f..** Brengt de kosten van het versturen van een aanmaning, dwangbevel en het leggen van beslag in rekening bij de inwoner; en
**g..** Verhaalt de vordering op bezittingen van de inwoner die gedekt zijn door pand- en hypotheekrechten ten gunste van de gemeente. De gemeente mag deze bezittingen dan verkopen om de vordering te kunnen incasseren.
De gemeente vordert een deel van de uitkering terug als een inwoner te veel of ten onrechte uitkering heeft ontvangen vanwege het doorgeven van verkeerde of te late informatie. De gemeente vordert dan alleen het bedrag terug dat de inwoner te veel of ten onrechte aan uitkering zou hebben gekregen als hij op tijd en/of de juiste informatie had gegeven. Gaat het om een terugvordering omdat de inwoner verkeerde of te late informatie heeft gegeven over zijn vermogen? Dan vordert de gemeente alleen het bedrag terug wanneer de vermogensgrens uit de participatiewet is overschreden.
Wanneer een uitkering ten onrechte is betaald of er een te hoog bedrag is betaald, mag de gemeente de uitkering opschorten, herzien of intrekken. Dit staat vermeld in artikel 54 van de Participatiewet of in artikel 17 van de IOAW of IOAZ. Is er sprake van een intrekking omdat de inwoner te veel vermogen heeft, dan wordt het bedrag teruggevorderd waarmee de vermogensgrens is overschreden.
Hoofdstuk 2:
Artikel 2.1:
Wanneer vordert de gemeente een uitkering terug?
Onderdeel van Beleidsregels terug- en invordering en verhaal Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Mook en Middelaar 2023