Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.2

Politiewet

Onderdeel van Beleidskader cameratoezicht Gemeente Heerde

Ook de politie mag camera’s inzetten en wel op grond van artikel 3 Politiewet (zie bijlage 1. voor het wetsartikel). Daarin staat dat de politie datgene mag doen wat nodig is voor het handhaven van de rechtsorde en het verlenen van hulp aan hen die dat behoeven. De jurisprudentie leert dat het plaatsen van camera’s door de politie op deze grondslag alleen is toegestaan als de inperking van het grondrecht op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer ‘van geringe betekenis’ is. Dat betekent dus in de praktijk dat dit soort politiecamera’s alleen voor kortere duur mogen worden ingezet, bijvoorbeeld bij een evenement of een demonstratie. Daarna worden ze weer weggehaald. Artikel 3 van de Politiewet is de basis voor het optreden van de politie; ook in combinatie met artikel 151c Gemeentewet. Artikel 151c Gemeentewet gaat namelijk uit van cameratoezicht voor de handhaving van de openbare orde. De politie(taak) is verbonden met artikel 151c Gemeentewet en het principe van cameratoezicht. Ook de operationele regie van de politie op het uitkijken van camerabeelden, is gebaseerd op dit artikel. De korpschef is ingevolge de AVG de verwerkingsverantwoordelijke. De grondslag voor het bewaren van de camerabeelden staat in artikel 8 en 9 van de Wet politiegegevens. Bij cameratoezicht is artikel 3 van de Politiewet de grondslag voor het toepassen van flexibel/mobiel cameratoezicht (onder andere onvoorziene ordeverstoringen of de vrees voor) ordeverstoringen van tijdelijke aard.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel