Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.2

Regelgeving

Onderdeel van Beleidskader cameratoezicht Gemeente Heerde

De Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) is sinds mei 2018 de kaderwet voor de privacybescherming van burgers in de hele Europese Unie. De AVG regelt in het belangrijke artikel 6 lid 1 onder e, dat de overheid slechts persoonsgegevens (onder dit begrip vallen ook herkenbare camerabeelden van personen ) mag verwerken indien die overheid dat kan baseren op “lidstatelijk recht”. Hiermee bedoelt de AVG, dat de overheid door middel van in ieder geval een wet in materiële zin moet regelen dat er door haar persoonsgegevens van burgers worden verwerkt. Het maken van opnamen van burgers in de openbare ruimte en het bewaren, doorgeven en ook weer verwijderen van deze opnamen, valt onder het AVG begrip “verwerken van persoonsgegevens”. Het lidstatelijk recht dat in Nederland aan de gemeenten en de politie de bevoegdheid geeft om de opnamen met camera’s te maken betreft de Gemeentewet, Politiewet, Wet Politiegegevens en dus ook de gemeentelijke verordening (Apv) waarin de burgemeester de bevoegdheid van de gemeenteraad krijgt om op grond van artikel 151c Gemeentewet camera’s in te zetten. De genoemde wetten bevatten specifieke bepalingen rond het cameratoezicht. Deze betreffen de inzetbaarheid, de duur van de inzet, de bewaartermijnen voor de beelden, de bevoegdheden t.a.v. het uitlezen van de beelden en het ter beschikking stellen aan geautoriseerden van de beelden. Voordat gemeente en politie besluiten tot cameratoezicht in het kader van artikel 151c Gemeentewet, dient er eerst een Data Protection Impact Assessment (DPIA , gegevens-beschermings-effectbeoordeling) te worden uitgevoerd. Deze verplichting vloeit rechtstreeks voort uit de AVG (art. 35) en de Autoriteit Persoonsgegevens vermeldt ook de nodige voorwaarden waaraan de gemeente moet voldoen als zij overgaat tot cameratoezicht (waarschuwingsbordjes voor de burgers plaatsen e.d.). Dat de korpschef de verwerkingsverantwoordelijke is, betekent ook dat deze verantwoordelijk is voor het uitvoeren van een DPIA. De korpschef voert de DPIA uit voor de start van cameratoezicht en dus van de verwerking van de camerabeelden. Omdat de burgemeester bij permanent cameratoezicht onder meer beslist over de plaats van het cameratoezicht en de duur, ligt het voor de hand dat de korpschef de burgemeester betrekt bij het uitvoeren van de DPIA. De AVG geldt niet voor persoonsgegevens die betrekking hebben op strafbare feiten. Die vallen onder de Europese richtlijn voor opsporing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel