Naar hoofdinhoud
1.. De melder wordt benaderd voor een gesprek. 2.. Tijdens het gesprek krijgt de melder de gelegenheid om een feitelijk verslag te doen van het (bijt)incident. 3.. De melder wordt verzocht om beeldmateriaal van de schade die het directe gevolg is van het (bijt)incident te overleggen. 4.. Indien voor de behandeling van het letsel, al dan niet spoedeisende, medische hulp vereist was, kan gevraagd worden om een bewijs hiervan te overleggen. 5.. Van het gesprek met de melder wordt een rapport opgemaakt, waarin minstens de onderstaande gegevens worden opgenomen: de naam en het adres van de melder; het feitelijk verslag uit het tweede lid op schrift gesteld; het beeldmateriaal uit het derde lid; een omschrijving van de aard en omvang van de schade of letsel; voor zover de melder op de hoogte is: het ras, het chipnummer en de naam van de hond die bij het mogelijk (bijt)incident betrokken is; voor zover van toepassing het ras, chipnummer, kopie van het hondenpaspoort en de roepnaam van de gebeten hond; het overige dat de melder, ter onderbouwing van zijn verslag, wenst toe te voegen.

Rechtspraak bij dit artikel