Naar hoofdinhoud
De rekenkamer is bevoegd om binnen het budget volgens de gemeentebegroting uitgaven te doen ten behoeve van de uitvoering van haar taken. Ten laste van het in het voorgaande lid bedoelde budget worden de kosten gebracht van: De vergoedingen van de leden; Externe deskundigen die door de rekenkamer zijn ingeschakeld; De vergoedingen als bedoeld in artikel 5, lid 3; Eventuele overige uitgaven die de rekenkamer nodig acht voor de uitoefening van haar taak. 3. Indien in enig jaar een wezenlijke onderschrijding op het budget wordt voorzien informeert de Rekenkamer de raad tussentijds. Eventuele onderbesteding van het jaarbudget kan jaarlijks via het jaarrekeningsaldo worden meegenomen naar het volgende begrotingsjaar tot een maximumbedrag van het jaarbudget, dit teneinde jaarlijkse fluctuaties in de onderzoekuitgaven op te kunnen vangen. 4. De rekenkamer doet jaarlijks voor 1 april van het voorafgaande jaar een voorstel aan de raad voor de nodige middelen voor goede uitoefening van haar taken. De rekenkamer kan de raad daarnaast incidenteel verzoeken om additionele middelen beschikbaar te stellen. 5. De rekenkamer verantwoordt de baten en lasten in het jaarverslag als bedoeld in artikel 184 van de Gemeentewet. 6. De griffier of secretaris treedt op als budgethouder.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel