1.
Bij iedere hoekverdraaiing in het hoofdriool is een inspectieput geplaatst.
2.
Bij iedere bijzondere voorziening in het riool is een inspectieput geplaatst.
3.
De inspectieputten zijn te allen tijde toegankelijk.
4.
De maximale afstand tussen inspectieputten (DWA en HWA) bedraagt 60 m.
5.
Bij gescheiden stelsels zijn putranden toegepast met het opschrift VW (vuilwater) en RW (regenwater), tekst op de putrand vermelden.
6.
Vuilwaterputten zijn uitgevoerd met een stroomprofiel.
7.
Er zijn putranden toegepast met een ronde deksel, geschikt voor zwaar verkeer.
Hoofdstuk 12 › Paragraaf 12.5
Artikel 12.5.1
Uitgangspunten ontwerp
Onderdeel van Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR) 2023