1.
Alvorens de uitvoering begint is de nul situatie vastgelegd. Voor gebouwen en kunstwerken standaard tot op 30 m van de werkgrens. Bij heien/trillen van damwanden en palen zover als er trilling gevoeld wordt.
2.
Bij het uitvoeren van projecten waarbij zwaar materieel is gebruikt, is een nulsituatie van het werk en de omgeving (woningen, bomen, kunstwerken, enz.) opgenomen. Het eventueel herstellen en terugbrengen in de oorspronkelijke situatie is voor rekening van de initiatiefnemer.
3.
Onderbouwing om bestaande beplanting/bomen te verwijderen is vereist. Uitgangspunt is om waardevolle bomen te sparen.
4.
Er is een inventarisatie van de bomen binnen en langs het werkgebied uitgevoerd. Hierbij is van iedere aanwezige boom het beheertype bepaald, alsmede de leeftijd, soort en diameter, vitaliteit, actuele levensverwachting en levensverwachting na uitvoering beoogde werkzaamheden.
5.
Op locaties waar sprake is van archeologisch waardevolle elementen zijn deze ingepast of is ervoor gekozen deze te laten opgraven door de gemeentelijke archeoloog.
6.
Het is toegestaan om bestaand snippergroen te verkopen als er geen kabels en leidingen in de grond aanwezig zijn of zijn aangebracht, tenzij daar vanuit stedenbouwkundige overwegingen bezwaren tegen bestaan. Dergelijke verzoeken worden aan het team Omgevingsontwikkeling voorgelegd voor stedenbouwkundig advies.
Hoofdstuk 14 › Paragraaf 14.2
Artikel 14.2.1
Algemeen
Onderdeel van Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR) 2023