Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 14 › Paragraaf 14.3

Artikel 14.3.2

Bomen

Onderdeel van Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR) 2023

1. Op bouwlocaties is de bescherming van bestaande bomen gewaarborgd volgens de opgestelde BEA (BoomEffectAnalyse). Van toepassing is ook de Stadswerk bomenposter. In het bestek is duidelijk aangegeven op welke wijze er bij welke bomen (gespecificeerd per boom) wordt gewerkt. 2. De groeiplaatsinrichting is uitgevoerd conform het meest recente “Handboek bomen” (Norminstituut Bomen). 3. De inlaat van het beluchtingssysteem valt buiten het watergeefsysteem. 4. Bomen zijn vastgezet met boomband op circa 1/3 van de boomlengte met minimaal 2 palen; de boompaallengte is hierop afgestemd. 5. In nieuw te maken boomgaten is grondverbetering (al naar gelang van de locatie, bomengranulaat, bomengrond of bomenzand) toegepast. 6. In klei en zeer slecht doorlatende grond is een beluchtingssysteem met lavaliet toegepast. 7. De kroonprojectie is voorzien van permeabele ondergrond, doorspitten tot – 0,80 m maaiveld (aan te planten bomen). 8. Kwekerijbomen zijn voorafgaand aan het planten gekeurd en voldoen aan de kwaliteitseisen voor laanbomen, zie meest recente “Handboek bomen” (Norminstituut Bomen). 9. Voor overdracht aan de gemeente voldoen bomen aan de richtlijn benodigde wettelijke vrije doorgang. Voor een rijbaan geldt een doorgang met een hoogte van 4,5 m en voor een fiets- en voetpad een hoogte van 2,5 m. 10. (Toekomstige) bewortelingsgebieden hebben een maximale verdichting van 1,5 Mph tot 0,8 m diepte gemeten. 11. Er zijn geen bomen geplant op- of dichter bij dan 2 m van de aangewezen K&L stroken.

Rechtspraak bij dit artikel