Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 14 › Paragraaf 14.9

Artikel 14.9.3

Grondwateronttrekking

Onderdeel van Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR) 2023

1. Bij (tijdelijke) grondwateronttrekking is door de initiatiefnemer aangetoond dat de voorgenomen onttrekking: op een milieutechnische aanvaardbare wijze kan plaatsvinden; geen schade veroorzaakt aan de fundering van belendende panden, kunstwerken, verhardingen en/of bomen; geen schade veroorzaakt aan archeologische vindplaatsen of monumenten in de omgeving. De staat van de roerende of onroerende zaken in de nabijheid van een object is zorgvuldig geïnspecteerd door een daartoe gespecialiseerd bedrijf en deze gegevens zijn vastgelegd in een rapport. 2. Grondwater onttrekking is gemeld of, indien van toepassing, er is een vergunning voor aangevraagd bij het waterschap. 3. Voor het lozen van bronneringswater tijdens de uitvoering is een vergunning aangevraagd of melding van gedaan bij het bevoegd gezag, afhankelijk van de situatie. De vereiste vergunningen zijn door de initiatiefnemer aangevraagd bij de gemeente Utrechtse Heuvelrug, het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden en/of Waterschap Vallei en Veluwe.

Rechtspraak bij dit artikel