1.
Toe te passen groen stemt overeen met de in de gemeente gebruikte beheergroepen en beheermethoden, zie beheertypenlijst en de beheerplannen. Openbaar groen inrichten zonder obstakels als (plantsoen)hekwerken, (berm)palen, enzovoorts.
2.
Waar ontwerptechnisch geen gazon mogelijk is groenvakken inrichten met sluitende beplantingstypen.
3.
Toe te passen plantmateriaal c.q. zaaimateriaal voldoet aan de eisen voortvloeiende uit de ter plaatse aanwezige biotische en abiotische omstandigheden.
4.
Langs wegen en fietspaden zijn soorten toegepast die bestand zijn tegen strooizout.
5.
Langs fiets- en voetpaden zijn geen gedoornde/stekelige beplantingen toegepast.
6.
Bij het ontwerp zijn de soorten (Latijnse namen), zaadmengsel(s) en beheertypen op eindbeeld en schaal aangegeven.
7.
De soortkeuze voldoet aan de gestelde eisen voor beheerbaarheid (kwaliteitsniveaus A-B), duurzaamheid, milieubeleid, biodiversiteit en is klimaat adaptief.
8.
Waar sprake is van een cultuurhistorisch waardevol gebied, sluit de soortkeuze aan op het betreffende cultuurhistorisch waardevolle gebied, bijvoorbeeld een van rijkswege beschermde historische buitenplaats of een waardevolle groene aanleg in een beschermd dorpsgezicht.
9.
Bij inkoop van plantmateriaal gelden de eisen conform de Barometer Duurzaam Terreinbeheer, criteria Goud (zie ook bijlage 2).
10.
Voor de inkoop van hout, gebruikt voor boompalen, beschoeiingen en afrasteringen (inclusief hout in de grond) gelden de eisen conform de Barometer Duurzaam Terreinbeheer, criteria Goud (zie ook bijlage 2).
11.
Uitgangspunt voor de plantsoenen is het toepassen van gebiedseigen grond (teelaarde), dat door middel van cultuurtechnische grondbewerkingen en aanvulling met zand en/of organische stof/bemesting geschikt gemaakt is voor de verschillende groentypes.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.1
Artikel 4.1.3
Materiaal / Soortkeuze
Onderdeel van Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR) 2023