1.
Geen obstakels in de plantsoenen plaatsen, zoals hekwerken, borden, paaltjes en stenen.
2.
Ruiggras toepassen op taluds met een helling 1:3 of flauwer of op locaties waar geen beplanting of gazon mogelijk is.
3.
Bodemverrijking voorkomen. Tijdens de aanleg de bodem verschralen door een laag van circa 0,2 m, bijvoorbeeld door het bovenhouden van zand tijdens spitten.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.7
Artikel 4.7.3
Constructie
Onderdeel van Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR) 2023