Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5 › Paragraaf 5.13

Artikel 5.13.1

Maatvoering

Onderdeel van Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR) 2023

1. De onderlinge afstand van kolken bedraagt maximaal 25 m en is mede afhankelijk van breedte weg en afvoerende verharding. 2. De kolken zijn optimaal gepositioneerd ten opzichte van inritten zodat de klik van de goot ter hoogte van de inrit minimaal is. Een afstand van tenminste 5 m uit zijkant uitrit is vereist. 3. Per kolk maximaal 100 m² asfalt- en 120 m² elementenverharding afwateren. 4. De kolken situeren op 1 m uit tangentpunten in bochten, de teen van de op-/afritten van drempels en plateaus en parkeervakken. 5. De kolken situeren tussen de langs- en haakse parkeervakken. 6. Goten langs asfaltverharding zijn voorzien van goottegels met een afmeting van 300 x 150 mm en een dikte van 80 mm, gesteld op de fundering in betonspecie.

Rechtspraak bij dit artikel