Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5 › Paragraaf 5.4

Artikel 5.4.1

Uitgangspunten ontwerp

Onderdeel van Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR) 2023

1. Voor voetgangersgebieden zijn de criteria voor beloopbaarheid en hellingen van toepassing conform de eisen van “Voetpaden voor iedereen”. Uitgangspunt is een vlak looppad zonder hoogtewisselingen. De dwarshelling van het voetpad is niet steiler dan 1:50. 2. Minimaal aan één zijde van het wegprofiel een voetpad toepassen bestaande uit elementenverharding. Buiten de bebouwde kom waar behoefte tot ontsluiting aan de orde is en het deel uitmaakt van een bepaalde route. 3. Bij voetgangersoversteekplaatsen zijn snelheidsremmende voorzieningen toegepast. 4. Een trap is altijd voorzien van een leuning. 5. Bij beschermde dorpsgezichten is rekening gehouden met de karakteristieken van deze gezichten. Op bepaalde plekken van deze gezichten is bijvoorbeeld de historische structuur juist zodanig dat er geen voetpaden zijn. Het past dan ook niet om daar voetpaden aan te leggen: dit tast de historische karakteristiek aan.

Rechtspraak bij dit artikel