Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5 › Paragraaf 5.8

Artikel 5.8.1

Materiaal / constructie

Onderdeel van Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR) 2023

1. Inritblokken of inritbanden (verlaagd) toepassen. Andere constructies alleen toepassen na goedkeuring door team beheer en vakgroep Mobiliteit. Ontwerpen cf. de meest actuele CROW normen. 2. Ter plaatse van inritconstructies ten behoeve van zijwegen en inritten voor zwaar verkeer zijn inritbanden toegepast met een afmeting van 0,75 x 0,5 x 0,2 m. 3. Ter plaatse van inritconstructies voor erfontsluiting (veelal particulier) zijn trottoirbanden of inritbanden toegepast met een afmeting van 0,6 x 0,5 x 0,2 m. 4. Inritten ten behoeve van erfontsluitingen hebben een standaardbreedte van 3,5 m (incl. hoekblokken). Waar dit voor een goede toegankelijkheid vereist of gewenst is (afhankelijk van o.a. de (verkeers)situatie en verkeersklasse) is in overleg met wegbeheer een maximale breedte van 5 m toegestaan. 5. Ter plaatse van de inrit geen kolken toepassen. 6. Ter plaatse van inritten of overrijdbare voetpaden betontegels met een minimale afmeting van 0,3m x 0,3m x 0,08 m toepassen, in elleboog- en/of halfsteensverband, altijd haaks op de rijrichting. 7. Inritten ten behoeve van erfontsluitingen zijn uitgevoerd in betontegels met een afmeting van 300 x 300 x 80 mm), betonstraatstenen (keiformaat of dikformaat d= 80 mm) of gebakken klinkers (dikformaat d= 85 mm of waalformaat d= 95 mm). Steeds in overeenstemming met in de nabijheid gelegen, bestaande inritten. 8. Op alle hoeken van kruispunten zijn de voetpaden toegankelijk voor gehandicapten door middel van een invalide-inritconstructie. Het hoogteverschil tussen de rijbaan, goottegel of gootklinker en het voetpad bedraagt maximaal 10 mm en in het verlaagde gedeelte zijn geen obstakels of kolken geplaatst. De locatie is zodanig gesitueerd dat rolstoelgebruikers het voetpad recht op en af kunnen rijden. De vrije ruimte achter de invalide-inritconstructie is groter dan 1 m.

Rechtspraak bij dit artikel