Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › Paragraaf

Artikel 2:8

(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg

Onderdeel van Verordening Fysieke Leefomgeving 2024

Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegd gezag een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg. De vergunning wordt verleend als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, als de activiteiten strijdig zijn met het tijdelijk omgevingsplan. Het verbod is niet van toepassing voor zover in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam werkzaamheden worden verricht. Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet of situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, art. 5 van de Wegenverkeerswet 1994, de Wegenwet, de Omgevingsverordening Flevoland, de waterschapsverordening, de Telecommunicatiewet of het daarop gebaseerde hoofdstuk 7 Ondergrondse Infrastructuren van deze verordening. Op een aanvraag om een vergunning, bedoeld in het eerste lid, is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel