De burgemeester en de wethouders hebben ten laste van de gemeente aanspraak op vergoeding:
Voor woon-werkverkeer en voor reizen, gemaakt voor de uitoefening van het ambt, worden of wordt aan de burgemeester of wethouder vergoed:
de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer;
bij gebruik van een eigen vervoermiddel het maximumbedrag dat door een werkgever onbelast per afgelegde kilometer aan een werknemer kan worden verstrekt.
bij gebruik van een eigen auto kan de burgemeester, op zijn verzoek, een vaste vergoeding worden toegekend voor reizen gemaakt voor de uitoefening van het ambt binnen de gemeente in plaats van op declaratiebasis.
Voor woon-werkverkeer en voor reizen, gemaakt voor de uitoefening van het ambt, worden aan de burgemeester of wethouder bij het gebruik van een eigen vervoermiddel tevens de parkeer- of stallingskosten, veerkosten en tolkosten vergoed.
Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed.
Indien de burgemeester of de wethouder een functionele beperking heeft, kan incidenteel voor woon-werkverkeer en voor reizen, gemaakt voor de uitoefening van het ambt, een voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden vergoed of ter beschikking worden gesteld.
Aan de burgemeester of wethouder wordt vergoeding van kosten van woon-werkverkeer uitsluitend toegekend:
indien hij in de basisregistratie personen is ingeschreven op een woonadres binnen de gemeente, waarin hij is benoemd, of
indien hij nog niet in de basisregistratie personen is ingeschreven op een woonadres binnen de gemeente, waarin hij is benoemd, voor zolang hem ontheffing is verleend van de verplichting om zijn werkelijke woonplaats in de gemeente te hebben.
De noodzakelijkerwijs en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfskosten die de burgemeester of de wethouder maakt in verband met dienstreizen, gemaakt voor de uitoefening van het ambt, worden ten laste van de gemeente vergoed.
Artikel 2.
Reis- en verblijfkosten
Onderdeel van Regeling rechtspositie burgemeester en wethouders Berg en Dal 2023