Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 15.

Ontzorgplicht

Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Castricum

1.. Het college oordeelt welk instrument op grond van artikel 56a, tweede lid van de Participatiewet noodzakelijk is voor het verkrijgen van (financiële) zelfredzaamheid, meestal zijnde het in naam van de belanghebbende rechtstreeks verrichten van betalingen vanuit de toegekende bijstand van huur, gas, water en stroom en de verplichte zorgverzekering. 2.. Als belanghebbende door eigen toedoen niet (tijdig) of onvoldoende meewerkt aan de in artikel 56a, tweede lid van de Participatiewet neergelegde verplichting om gedurende een periode van zes maanden, gerekend vanaf de dag waarop het recht op bijstand ontstaat, mee te werken aan de ontzorgplicht van de gemeente dan wordt de verlaging, vastgesteld op 20 % van de norm gedurende ten hoogste 1 maand. 3.. Het percentage van de afstemming als bedoeld in het eerste lid wordt verdubbeld indien belanghebbende na 1 maand na de gedraging uit het eerste lid nog steeds niet (tijdig) of onvoldoende meewerkt aan deze verplichting. 4.. Bij voortduren van de gedraging uit het eerste lid wordt het percentage van de afstemming met ingang van de derde maand telkens maandelijks verhoogd met 20% met een maximum van 100%.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel