**1..** Het college ziet af van het toepassen van een verlaging als:
elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt; of
de gedraging meer dan één jaar vóór constatering van die gedraging door het college heeft plaatsgevonden.
**2..** Het college kan geheel of gedeeltelijk afzien van het verlagen van de uitkering als het daarvoor dringende redenen aanwezig acht.
**3..** Als het college geheel of gedeeltelijk afziet van het verlagen van de uitkering op grond van dringende redenen wordt de belanghebbende daarvan middels een besluit op de hoogte gesteld.
Hoofdstuk 1.
Artikel 5.
Afzien van het verlagen van de uitkering
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Castricum