Naar hoofdinhoud
1.. De gedoogverklaring, zoals bedoeld in artikel 3, vervalt van rechtswege op het tijdstip dat degene aan wie de gedoogverklaring is verstrekt is uitgeschreven in de Basisregistratie Personen als woonachtig in de recreatiewoning waarvoor de gedoogverklaring is verstrekt. 2.. De gedoogverklaring, zoals bedoeld in artikel 3, vervalt van rechtswege op het tijdstip dat degene aan wie deze is verstrekt en die eigenaar is van de recreatiewoning en/of het perceel waarop de recreatiewoning is gelegen deze recreatiewoning en/of dit perceel verkoopt of de eigendom van de recreatiewoning en/of het perceel op andere wijze overgaat op een of meer derden. Indien degene aan wie de gedoogverklaring is verstrekt niet de eigenaar van de recreatiewoning en/of het perceel is, vervalt de gedoogverklaring op het tijdstip dat de huurovereenkomst, bruikleenovereenkomst, of andere titel op grond waarvan de persoon gebruik maakt van de recreatiewoning en/of het perceel eindigt. 3.. De gedoogverklaring, zoals bedoeld in artikel 3, vervalt van rechtswege op het tijdstip dat degene aan wie deze is verstrekt verhuist of overlijdt. 4.. De gedoogverklaring, zoals bedoeld in artikel 3, vervalt van rechtswege op het tijdstip dat de permanente bewoning voor langer dan 6 maanden wordt onderbroken. Toelichting Zie toelichting bij voorgaande artikel. Voor de termijn van 6 maanden in lid 4 is gekozen om te voorkomen dat een recreatiewoning te lang leeg staat, zonder dat enig uitzicht bestaat op gebruik conform het bestemmingsplan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel