Naar hoofdinhoud
1.. Een geschikte locatie voor het plaatsen van een zonne-energiesysteem betreft: op het dak van een bijgebouw of gebouwdeel zonder cultuurhistorische waarden; op het erf, zolang dit niet ten koste gaat van eventuele cultuurhistorische waarden of waardevol groen; op dakvlakken van het beschermd gebouwd erfgoed, die niet zichtbaar zijn vanaf openbaar toegankelijk gebied; op dakvlakken van het beschermd gebouwd erfgoed, die zichtbaar zijn vanaf openbaar toegankelijke gebied. Optie a is het uitgangspunt, aan de overige opties, wordt, in volgorde van opsomming, pas toegekomen als de voorgaande optie aantoonbaar niet mogelijk is. 2.. Lid 1, sub d is alleen van toepassing als: kan worden aangetoond dat er geen alternatief is met een ander zonne-energiesysteem; het beeld van het beschermd gebouwd erfgoed of de directe omgeving niet onevenredig wordt verstoord conform artikel 6, en; er een zorgvuldig afgewogen ontwerp is voor de positie, groepering, grootte en kleur op het dak conform artikel 6. 3.. Panelen worden bij bijzondere dakvormen of bijzondere dakbedekking uitgesloten van het eerste lid, sub c en d. 4.. Panelen zijn niet toegestaan op locaties met een bijzondere ligging: binnen beschermde (gemeentelijke) dorpsgezichten; binnen beschermde historische buitenplaatsen of bij gebouwen met een historische tuin- of parkaanleg die als ensemble beschermd monument zijn; bij beschermde monumenten binnen een complexbescherming.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel