**1..** De panelen op het erf:
staan op een ondergeschikte, minder belangrijke of uit historisch oogpunt logische plek van het erf;
staan op een ondersteuningsconstructie die zo laag en onopvallend mogelijk is;
zijn regelmatig gerangschikt in één aangesloten vierkant of rechthoekig vlak neergelegd;
doorbreken geen belangrijke uitzichten op het erf, en;
blijven zo veel mogelijk uit het zicht, bijvoorbeeld door de gekozen locatie, achter een wintergroene haag of verdiept geplaatst.
**2..** De panelen op het dak:
zijn als losse elementen boven de bestaande dakpannen gemonteerd (opbouw), waardoor de bestaande onderliggende dakbedekking gehandhaafd blijft. Dit is niet van toepassing bij daken waarvan de dakbedekking geen cultuurhistorische waarden bezit of als er een tekort aan dakpannen is en de dakpan niet meer te verkrijgen is. In dat geval mogen de panelen ook verdiept worden aangebracht (inbouw);
worden zodanig gemonteerd dat bij het vervangen of het verwijderen er geen blijvende schade is aan historische materialen en constructies;
zijn passend binnen de architectuur van het pand;
bij repeterende woonblokken en -rijen van beschermd gebouwd erfgoed een uniforme plaatsing en kleur vereist;
staan allemaal in dezelfde stand, dit houdt in dat een horizontaal paneel niet naast een verticaal paneel wordt geplaatst of andersom;
worden niet geplaatst op dakelementen, zoals dakkapellen;
worden bij een hellend dak direct op en evenwijdig aan de hellingshoek van het dakvlak aangelegd;
staan bij platte daken op een afstand tot de zijkanten van het dak die ten minste gelijk is aan de hoogte van het paneel;
waardevolle materialen en detailleringen blijven behouden;
bij daken uit het zicht vanaf het openbaar toegankelijk gebied is de positie en groepering binnen het dakvlak vrij;
bij daken in het zicht vanaf het openbaar toegankelijk gebied:
liggen zo veel mogelijk op de onderste dak helft. Mansardedaken zijn uitgezonderd van deze regel, hierbij liggen de panelen in de bovenste helft;
zijn gerangschikt in regelmatige rijen op platte daken of in een rechthoek op hellende daken en hebben geen getrapte, onderbroken of asymmetrische opzet;
staan met een minimale afstand van 50 cm van de goot of dakvoet, dakranden, hoekkepers, kilkepers. Dakvullende systemen zijn hiervan uitgezonderd, dan dient men tevens gebruik te maken van op maat gemaakte dummy-panelen voor de plekken waar geen echte panelen passen;
waar veel andere dakelementen zijn, zoals schoorstenen, dakkapellen en dakramen, blijft het totale beeld ondergeschikt en wordt de context niet verstoord;
staan zoveel mogelijk in het midden van de lengte van het dakvlak of op een plek die aansluit op de symmetrie of geleding van de gevel.
**3..** Het is niet toegestaan om panelen aan gevels of wanden te plaatsen.
Artikel 6.
Plaatsing panelen
Onderdeel van Beleidsregel zonne-energiesystemen op beschermd gebouwd erfgoed gemeente Gemert-Bakel