Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 1

Artikel 3

Artikel 3

Onderdeel van Monumentenverordening gemeente Stein 1994

1.. Het bestuursorgaan kan, al dan niet op verzoek van belanghebbenden, besluiten onroerende monumenten alsbeschermd gemeentelijk monument op de gemeentelijke monumentenlijst te plaatsen. 2.. Het bestuursorgaan besluit over plaatsing van onroerende monumenten op de gemeentelijke monumentenlijst, nadat de monumentencommissie en de eigenaar zijn gehoord. In spoedeisende gevallen kunnen zij hiervan afwijken. 3.. Het bestuursorgaan neemt met betrekking tot kerkelijke monumenten geen beslissing tot plaatsing op de gemeentelijke monumentenlijst dan na overleg met de eigenaar. 4.. Het bestuursorgaan doet binnen twee maanden nadat de monumentencommissie is gehoord, mededeling van het besluit in lid 2 aan degenen die als eigenaren en anderszins zakelijk gerechtigden in de kadastrale legger bekend staan, aan de ingeschreven hypothecaire schuldeisers en indien om aanwijzing is verzocht, aan de verzoeker. Bij overschrijding van de termijn wordt het bestuursorgaan geacht niet tot plaatsing op de gemeentelijke monumentenlijst te hebben besloten. 5.. Het bestuursorgaan maakt de plaatsing op de gemeentelijke monumentenlijst op de in de gemeente gebruikelijke wijze bekend. 6.. De gemeentelijke monumentenlijst geeft de plaatselijke aanduiding aan, de kadastrale aanduiding, de tenaamstelling en een beschrijving van het monument. 7.. Het bestuursorgaan kan ambtshalve of op verzoek van belanghebbenden in de gemeentelijke monumentenlijst wijzigingen aanbrengen. Indien de wijziging naar het oordeel van het bestuursorgaan van ondergeschikte betekenis is of indien de wijziging betreft het doorhalen van de inschrijving van een monument dat is teniet gegaan, blijft overeenkomstige toepassing van artikel 3, leden 2 en 3, achterwege. 8.. Monumenten die zijn ingeschreven in het register als bedoeld in artikel 6 van de Monumentenwet of die zijn geplaatst op een lijst van monumenten, op grond van een monumentenverordening van de provincie Limburg, worden door hetbestuursorgaan niet op de gemeentelijke monumentenlijst geplaatst. 9.. Monumenten, die na plaatsing op de gemeentelijke monumentenlijst worden ingeschreven in het monumentenregister als bedoeld in artikel 6 van de Monumentenwet, worden geacht niet meer op de gemeentelijke monumentenlijst te zijn geplaatst.

Rechtspraak bij dit artikel