Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2

Artikel 6

Artikel 6

Onderdeel van Monumentenverordening gemeente Stein 1994

1.. Een aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 5 moet schriftelijk worden ingediend bij het bestuursorgaan. Daarbijworden de door hen verlangde gegevens overgelegd. 2.. Indien blijkt dat de aanvrager niet de verlangde gegevens heeft overgelegd, stellen het bestuursorgaan de aanvrager binnen een maand na ontvangst van de aanvraag in de gelegenheid alsnog binnen veertien dagen de door hen aan te geven ontbrekende gegevens over te leggen. 3.. Ingeval toepassing is gegeven aan het tweede lid en de aanvrager niet binnen de in dat lid bedoelde termijn van veertien dagen de in dat lid bedoeld ontbrekende gegevens heeft overlegd, is de aanvrager niet-ontvankelijk in zijn aanvraag met ingang van de dag, volgend op de laatste dag van de in dat lid bedoelde termijn van veertien dagen. 4.. Ingeval toepassing is gegeven aan het tweede lid en de aanvrager naar het oordeel van het bestuursorgaan de in het tweede lid bedoelde ontbrekende gegevens in onvoldoende mate heeft overlegd, verklaren zij de aanvrager binnen veertien dagen na de dag waarop hij die gegevens heeft overgelegd niet-ontvankelijk. 5.. Indien de aanvrager ontvankelijk is in zijn aanvraag, legt het bestuursorgaan de aanvraag voor een ieder ter inzage.De terinzagelegging wordt op de gebruikelijke wijze bekend gemaakt, waarbij mededeling wordt gedaan van de mogelijkheid om binnen een termijn van veertien dagen bezwaren in te dienen bij het bestuursorgaan. 6.. Het bestuursorgaan brengt de aanvraag en de daartegen ingebrachte bezwaren terstond ter kennis van de monumentencommissie.Zij kunnen hun beslissing voor ten hoogste twee maanden verdagen; hiervan doen zij de aanvrager onmiddellijk schriftelijk mededeling. 7.. Binnen acht weken na afloop van de bezwarentermijn brengt de monumentencommissie haar advies uit aan het bestuursorgaan. 8.. Het bestuursorgaan beslist op een aanvraag om vergunning binnen vier maanden na indiening dan wel ontvankelijkverklaring van de aanvraag. 9.. Indien het bestuursorgaan niet voldoen aan het achtste lid wordt de vergunning geacht te zijn verleend. 10.. Het bestuursorgaan zenden onmiddellijk een afschrift van hun besluit aan de monumentencommissie en aan degenen die hun bezwaren kenbaar hebben gemaakt. 11.. Een vergunning blijft buiten werking gedurende 30 dagen na de datum waarop zij is verleend dan wel van rechtswege is verleend. Indien gedurende die termijn beroep is ingesteld op grond van de Wet administratieve rechtspraak overheidsbeschikkingen, blijft de vergunning buiten werking totdat op dat beroep is beslist, tenzij met toepassing van artikel 107 van de Wet op de Raad van State (Stb. 1986, 670) op een desbetreffend verzoek beslist wordt de schorsing op te heffen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel