De commissie bestaat uit maximaalvier leden, de voorzitter en de stadsbouwmeester daaronder begrepen. De raad kan daarnaast maximaaltwee plaatsvervangers benoemen die hen bij afwezigheid kunnen vervangen.
De leden en de plaatsvervangers worden benoemd op persoonlijke titel op grond van de professionele deskundigheid die nodig is voor de advisering, alsmede op grond van maatschappelijke kennis en ervaring.
In afwijking van het tweede lid kan maximaaléénburgerlid en zijn plaatsvervanger worden benoemd. Zij worden benoemd op persoonlijke titel op grond van maatschappelijke kennis en ervaring.
De commissie telt gelet op artikel 17.9, eerste lid, van de wet enkele leden deskundig op het gebied van de monumentenzorg.
De disciplines die de leden in gezamenlijkheid vertegenwoordigen zijn: cultuurhistorie, bouw- en architectuurhistorie, restauratiearchitectuur, stedenbouw, landschapsarchitectuur en architectuur.
De leden en de plaatsvervangers zijn niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van het gemeentebestuur.
Hoofdstuk 4
Artikel 4