Naar hoofdinhoud
1.. Het college onderzoekt door middel van periodieke monitoring maatschappelijke ontwikkelingen en/of problemen op beleidsthema’s (programma’s) uit de programmabegroting. Voorafgaand aan de begrotingscyclus rapporteert het college in de vorm van een omgevingsanalyse aan de raad over de belangrijkste trends en ontwikkelingen, die essentieel zijn voor een doeltreffende inrichting/bijsturing van het beleid. De raad gebruikt deze informatie ter onderbouwing van haar ambities (speerpunten van beleid). 2.. Het college onderzoekt de doeltreffendheid van een onderdeel van beleidsprogramma’s uit de programmabegroting, waarop concrete en meetbare doelstellingen (beoogde effecten en gewenste prestaties) zijn geformuleerd. Het college rapporteert eens per twee jaar over de mate waarin zij erin is geslaagd haar doelstellingen doeltreffender (SMART) te formuleren. Zij adviseert de raad bij het toetsbaar maken van haar bestuurlijke doelen. 3.. Het college toetst haar beleid op doeltreffendheid door te meten of beoogde effecten en gewenste prestaties ook daadwerkelijk zijn gehaald. De onderzoeksfrequentie hangt daarbij af van het toetsingskader zoals geformuleerd in het bestuurlijk doel. Het college informeert de raad minimaal eens per twee jaar over de ontwikkeling van de beoogde beleidsresultaten.

Rechtspraak bij dit artikel