Het college weigert de verlening van een pgb indien:
de inwoner geen volledig ingevuld pgb-plan heeft overgelegd volgens het door het college vastgestelde model;
de inwoner weigert het pgb-plan desgevraagd met het college te bespreken of verschijnt zonder geldige reden niet op de afspraak om het pgb-plan te bespreken;
de inwoner, of, indien de inwoner jonger is dan 18 jaar, één van diens ouders of voogden, surseance van betaling heeft aangevraagd of failliet is verklaard;
ten aanzien van de inwoner of, indien de inwoner jonger is dan 18 jaar, ten aanzien van één van diens ouders of voogden, de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, dan wel een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend;
de inwoner zich niet heeft gehouden aan bij de verstrekking van een eerder pgb opgelegde verplichtingen;
naar het oordeel van het college onvoldoende aannemelijk is dat met het pgb zal worden voorzien in toereikende ondersteuning van goede kwaliteit;
het ernstige vermoeden bestaat dat de inwoner problemen zal hebben met het omgaan met een pgb;
deze is bestemd voor besteding in het buitenland, tenzij er toestemming is gegeven door de toegang op basis van behoefte in lijn met de reguliere ondersteuning;
de inwoner het beheren van het persoonsgebonden budget overlaat aan de aanbieder die de ondersteuning levert of een persoon die werkzaam is bij of voor deze aanbieder.
geen aanspraak op een pgb bestaat voor een inwoner die gebruik maakt van intramuraal beschermd wonen, maatschappelijk opvang, vrouwenopvang en/of verslavingszorg.
HOOFDSTUK 5
Artikel 5.1
Criteria pgb
Onderdeel van Verordening Maatschappelijke Ondersteuning ’s-Hertogenbosch 2024