Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 6

Artikel 6.4

Maatschappelijk Opvang

Onderdeel van Verordening Maatschappelijke Ondersteuning ’s-Hertogenbosch 2024

6.4.1 Eigen bijdrage voltijd maatschappelijke opvangen vrouwenopvang Het college is bevoegd tot vaststelling, inning en verrekening van de eigen bijdrage van inwoners van de maatschappelijke opvang en vrouwenopvang. Er is een eigen bijdrage verschuldigd indien een persoon van 18 jaar of ouder gebruik maakt van de volgende voorzieningen: voltijd vrouwenopvang (waaronder crisisopvang); voltijd jongerenopvang; voltijd opvang met intensieve zelfstandigheidstraining. De eigen bijdrage is verschuldigd vanaf de tweede dag, voor iedere dag dan wel nacht waarop de inwoner verblijft in de voltijd opvang. De eigen bijdrage wordt bepaald per maand. Voor voltijdopvang maatschappelijke opvang en vrouwenopvang bedraagt de eigen bijdrage het verschil tussen de van toepassing zijnde bijstandsnorm en de norm voor persoonlijke uitgaven, behoudens wat volgens deze verordening op de eigen bijdrage in mindering mag worden gebracht. Indien bij gehuwden een van beide partners gebruik maakt van voltijd maatschappelijke opvang of vrouwenopvang wordt bij het bepalen van de bijstandsnorm de regelgeving in de Participatiewet voor opname in een inrichting gevolgd. Indien de instelling bij voltijd maatschappelijke opvang en vrouwenopvang aan de inwoner geen voeding verstrekt, wordt de eigen bijdrage verminderd met een bedrag voor voeding. Dit bedrag is gelijk aan het normbedrag dat het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) berekent. Voor inwoners die gebruik maken van voltijd maatschappelijke opvang of vrouwenopvang en tegelijkertijd nog kosten hebben voor een zelfstandige woonruimte, wordt de eigen bijdrage gedurende maximaal 6 maanden verminderd met een forfaitair bedrag voor dubbele woonlasten, zijnde 20% van de bijstandsnorm. De hoogte van de eigen bijdrage voor voltijd maatschappelijke opvang en vrouwenopvang wordt jaarlijks op 1 januari opnieuw bepaald op basis van de dan geldende bijstandsnormen, de hoogte van de premie voor ziektekosten (minus de zorgtoeslag) en de norm voor persoonlijke uitgaven. Het college hoeft hier geen nieuw besluit over te nemen, zonder nader besluit worden de bedragen automatisch aangepast op basis van deze verordening. 6.4.2 Inning eigen bijdrage Het college mandateert de instelling, die voltijd maatschappelijke opvang en vrouwenopvang verzorgt, om de eigen bijdrage bij de inwoner te innen. De instellingen nemen de reële te verwachte opbrengsten aan eigen bijdrage op in de begroting. De instellingen dienen het college minimaal jaarlijks te informeren over de eigen bijdrage die zij innen. 6.4.3 Bijzondere omstandigheden In het geval dat het werkelijk inkomen verminderd met de op basis van deze verordening bepaalde eigen bijdrage, minder bedraagt dan de norm voor persoonlijke uitgaven, wordt de eigen bijdrage zodanig verminderd dat de norm voor persoonlijke uitgaven beschikbaar blijft. 6.4.4 Eigen bijdrage kosten overige opvang voorzieningen Voor de kleinschalige opvang en woon-werk trajecten is de eigen bijdrage van de inwoner het huurbedrag dat de instelling ten behoeve van de inwoner aan de woningcorporatie is verschuldigd en welk bedrag is vastgelegd in de woonbegeleidingsovereenkomst. Voor de dag- en nachtopvang is geen eigen bijdrage verschuldigd. Het is de instelling toegestaan om een vergoeding te vragen voor verblijf en voeding. Deze vergoeding kan nooit meer bedragen dan de kostprijs en moet direct bij binnenkomst aan de inwoner kenbaar worden gemaakt. De instelling is verplicht het college te informeren over de hoogte van de gevraagde vergoeding.

Rechtspraak bij dit artikel