Naar hoofdinhoud
1) In gebied A als omschreven in artikel 2, onder A van deze verordening, geldt de volgende andere waarde: a) Op grond van artikel 6, lid 1 van de Wet en in afwijking van artikel 3, lid 1 van de Wet bedraagt de maximale waarde voor de geurbelasting van een veehouderij voor zover de voor geurgevoelige objecten in het gebied zich bevinden binnen de bebouwde kom: 2 ouE/m³. 2) In gebied B als omschreven in artikel 2, onder B van deze verordening, geldt de volgende andere waarde: a) Op grond van artikel 6, lid 1 van de Wet en in afwijking van artikel 3, lid 1 van de Wet bedraagt de maximale waarde voor de geurbelasting van een veehouderij op de voor geur gevoelige objecten: 7 ouE/m³. 3) In gebied C als omschreven in artikel 2, onder C van deze verordening, geldt de volgende andere waarde: a) Op grond van artikel 6, lid 1 van de Wet en in afwijking van artikel 3, lid 1 van de Wet bedraagt de maximale waarde voor de geurbelasting van een veehouderij op de voor geur gevoelige objecten: 7 ouE/m³. 4) In gebied D als omschreven in artikel 2, onder D van deze verordening, geldt de volgende andere waarde: a) Op grond van artikel 6, lid 1 van de Wet en in afwijking van artikel 3, lid 1 van de Wet bedraagt de maximale waarde voor de geurbelasting van een veehouderij op de voor geur gevoelige objecten: 7 ouE/m³. 5) In het buitengebied als omschreven in artikel 2, onder E van deze verordening, geldt de volgende andere waarde: a) Op grond van artikel 6, lid 1 van de Wet en in afwijking van artikel 3, lid 1 van de Wet bedraagt de maximale waarde voor de geurbelasting van een veehouderij op de voor geur gevoelige objecten: 10 ouE/m³.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel