In het kader van handhaving van de openbare orde (art. 151c gemeentewet) mogen camera’s geplaatst worden in de openbare ruimte. Op grond van dit artikel kan de burgemeester besluiten tot plaatsing van camera’s voor een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats indien dat naar zijn oordeel in het belang van de handhaving van de openbare orde noodzakelijk is. Vanuit de privacywetgeving beschouwd is het een zwaar middel dat alleen mag worden ingezet als andere minder ingrijpende maatregelen niet hebben gewerkt. Cameratoezicht mag daarnaast alleen worden ingezet indien de betrokken inwoners hierover zijn geïnformeerd en aan strenge eisen op het gebied van privacy en gegevensbescherming wordt voldaan. Structureel cameratoezicht is nu onder ander van toepassing in de binnenstad en de winkelcentra van Gouda. Recent zijn de aanwijsbesluiten voor het cameratoezicht in Gouda voor de komende twee jaar vastgesteld.
Hoofdstuk 5.
Artikel 5.3
Cameratoezicht
Onderdeel van Kadernota Integraal Veiligheidsbeleid 2024-2027