Het college kan nadere regels stellen aan hemelwaterbergingen zoals bedoeld in artikel 4 voor door het college aan te wijzen gebieden. Daarbij kan het college afwijken van de voorgeschreven capaciteit van de hemelwaterberging en de verwerkingsvolgorde zoals bedoeld in artikel 4 door een aangepaste norm te stellen indien dit noodzakelijk wordt geacht met het oog op een doelmatige hemelwaterberging.