**1..** De standplaatshouder is verplicht zelf de standplaats in te nemen en kan zijn rechten voortvloeiende uit de vergunning niet overdragen aan een ander.
**2..** Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van het eerste lid de vergunning overschrijven indien de standplaatshouder:
geen gebruik meer wenst te maken van de vergunning;
arbeidsongeschikt is;
overleden is, of
onder curatele is gesteld.
**3..** Burgemeester en wethouders overschrijven de vergunning uitsluitend aan:
de echtgenoot van de standplaatshouder;
de geregistreerde partner van de standplaatshouder;
een persoon met wie de standplaatshouder duurzaam een gezamenlijke huishouding voert of heeft gevoerd;
een meerderjarig kind van de standplaatshouder;
een medewerker die gerekend vanaf de dag van de aanvraag minstens twee jaar in loondienst is van de standplaatshouder, of
een persoon die minstens twee jaar als mede-eigenaar fungeert van het bedrijf waarmee de standplaatshouder de standplaats exploiteert.
**4..** In geval van overlijden, ondercuratelestelling, arbeidsongeschiktheid of bedrijfsbeëindiging wordt de aanvraag tot overschrijving binnen twee maanden na die gebeurtenis ingediend.
**5..** De aanvraag tot overschrijving wordt uitsluitend ingediend door de erven of curator van de standplaatshouder. Burgemeester en wethouders stellen een aanvraag voor een overschrijving door een ander dan de personen genoemd in de eerste volzin buiten behandeling.
**6..** Burgemeester en wethouders weigeren een aanvraag tot overschrijving indien niet voldaan wordt aan de eisen uit dit artikel of aan de eisen die gesteld worden aan het hebben van een vergunning.
**7..** Zodra de vergunning is overgedragen aan de nieuwe standplaatshouder behoudt deze de resterende vergunningsduur.