In de paragraaf financiering bij de begroting en de jaarstukken neemt het college naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 13 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op:
een meerjarenberekening van het EMU-saldo in de financiële sfeer en de reële sfeer;
de EMU referentiewaarde gerelateerd aan de waarden onder a.;
een meerjarenberekening en analyse van de kasgeldlimiet;
een meerjarenberekening en analyse van de renterisiconorm;
een meerjaren kasstroomoverzicht waarin zijn verwerkt:
de liquide middelen per 1 januari;
de cashflow;
de kasstroom op winstbasis;
de kasstroom uit operationele activiteiten;
de kasstroom uit investeringsactiviteiten;
de vrije kasstroom;
de kasstroom uit financieringsactiviteiten;
de mutatie liquide middelen;
de liquide middelen per 31 december.
de rentevisie voor de geldmarktrente en de kapitaalmarktrente;
de meerjaren ontwikkeling van de financieringspositie afgezet aan de waarden onder c;
het renteschema BBV met een berekening van de omslagrente;