Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.12

Gedoogplicht.

Onderdeel van Gronduitgifte verordening 2002 der gemeente Texel

1. De wederpartij zal moeten gedogen dat al hetgeen wat ten behoeve van openbare voorzieningen op, in of boven de uitgegeven onroerende zaak is aangebracht wordt onderhouden en dat al hetgeen noodzakelijk is ten behoeve van openbare voorzieningen op, in of boven de bodem van de uitgegeven onroerende zaak zal worden aangebracht en onderhouden op de voor de uitgegeven onroerende zaak minst bezwarende wijze. 2. Al hetgeen ingevolge het eerste lid van dit artikel is aangebracht, zal aangebracht gelaten moeten worden. 3. Alle schade, welke een onmiddellijk gevolg is van het aanbrengen, bestaan, herstellen of vernieuwen van de in het eerste lid van dit artikel bedoelde zaken, zal door de gemeente op haar kosten worden hersteld of worden vergoed. 4. Ter voorkoming van schade aan de aanwezige zaken, omschreven in het eerste lid van dit artikel, zullen op kosten van de wederpartij die maatregelen getroffen moeten worden, welke Burgemeester en Wethouders casu quo de wederpartij noodzakelijk achten. 5. De wederpartij is te allen tijde aansprakelijk voor alle schade welke door beschadiging van de aanwezige zaken, bedoeld in het eerste lid, door zijn toedoen wordt veroorzaakt.

Rechtspraak bij dit artikel