**a.** De wederpartij heeft het recht de overeenkomst eenzijdig te ontbinden casu quo op te zeggen indien hij in het gekochte alsnog voor het milieu gevaarlijke of niet aanvaardbare stoffen volgens de normen zoals omschreven in de vigerende leidraad Bodembescherming uitgegeven door de Staats Drukkerij en Uitgeverij (S.D.U.), dan wel volgens de normen van de laatstelijk voor het verrichten van het indicatieve bodemonderzoek geldende regeling aantreft, waarvan hij aannemelijk maakt, dat deze al aanwezig waren op het tijdstip dat hem het bezit werd overgedragen, en dat deze van zodanige aard zijn dat van hem niet kan worden gevergd dat hij, zonder dat wordt gesaneerd, de onroerende zaak aanvaardt (met name ook als door deze verontreiniging de realisering van de door partijen op het gekochte beoogde bestemming in gevaar komt).
Een recht op ontbinding casu quo opzegging bestaat niet indien de redelijkheid en billijkheid zich wegens de geringe ernst van de verontreiniging verzetten tegen ontbinding casu quo opzegging en/of indien de verkoper zich (ook ingeval van ernstiger verontreiniging) verplicht om op zijn kosten passende maatregelen te nemen tot opheffing van de verontreiniging casu quo de schadelijke gevolgen daarvan.
Het vorenstaande laat onverlet het recht van de wederpartij op schade- vergoeding indien en voorzover daarvoor wettelijke of contractuele gronden zijn.
In geval er sprake mocht blijken te zijn van een voor rekening van de gemeente komende verontreiniging en sanering redelijkerwijze niet van de gemeente kan worden verlangd heeft de gemeente het recht op terugname van het verkochte onder eventuele gelijktijdige vergoeding van bijkomende schade.
Niet als aan de gemeente toe te rekenen verontreiniging wordt aangemerkt aanwezigheid van stoffen waarvan de gemeente op het tijdstip van bezitsoverdracht niet een verontreinigend karakter behoefde aan te nemen op grond van de vigerende leidraad Bodembescherming uitgegeven door de Staats Drukkerij en Uitgeverij (S.D.U.), dan wel op grond van de laatstelijk voor het verrichten van het indicatieve bodemonderzoek geldende regeling.
**b.** Onder voor het milieu gevaarlijke of niet aanvaardbare stoffen wordt niet verstaan: funderingsresten, puin of andere restanten van bouwkundige aard, noch stobben van bomen of struiken, noch de aanwezigheid van de draagkracht van de grond beïnvloedende omstandigheden. Op deze zaken heeft dit artikel derhalve geen betrekking.
**c.** Van dit artikel kan in de uitgifteovereenkomst worden afgeweken.
**d.** De wederpartij is verplicht in geval er sprake is van erfpacht bij een eventueel eindigen van de erfpacht een omtrent de aanwezigheid van voor het milieu of de volksgezondheid gevaarlijke of niet aanvaardbare stoffen in de grond, indicatief bodemonderzoek te (laten) verrichten rekening houdende met het bepaalde in de publicatie "onderzoeksstrategie bij verkennend onderzoekNEN 5740" van 1 januari 1998, dan wel met het bepaalde in de op het moment van aanvang van het te verrichten indicatieve bodemonderzoek geldende regeling. De resultaten van dit onderzoek worden vastgelegd in een rapport waarin de toestand van de grond wordt omschreven en waaruit blijkt dat er geen reden is om aan te nemen dat zich in de grond in onaanvaardbare mate stoffen bevinden, die naar de alsdan geldende maatstaven schadelijk zijn te achten voor het milieu of de volksgezondheid, of anderszins onaanvaardbaar zijn. De gemeente heeft recht op inzage in het rapport.De wederpartij verklaart alsdan dat er geen reden is om aan te nemen dat dergelijke stoffen zich in de grond zouden bevinden.Ingeval de resultaten van het onderzoek zodanig zijn dat deze verklaring niet kan worden afgegeven, zal met de gemeente terzake overleg worden gevoerd en voor zover aannemelijk mocht zijn dat de voor de afgifte van deze verklaring belemmerende verontreiniging te wijten is aan de wederpartij of tot diens verantwoording moet worden gerekend zullen de kosten van de noodzakelijke bodemsanering te zijnen laste komen.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.8
Ontbinding casu quo opzegging in geval van verontreiniging.
Onderdeel van Gronduitgifte verordening 2002 der gemeente Texel