**1..** Dit artikel geldt voor bouwwerken in Werelderfgoed Schokland en omgeving.
**2..** Voor deze bouwwerken gelden de volgende criteria:
Wat betreft plaatsing:
de situering van de gebouwen is zoveel mogelijk afgestemd op de bebouwingskarakteristieken in de directe omgeving. Hieronder vallen in ieder geval de schaal, maat en vorm van het bouwwerk;
bij nieuwbouw is de bebouwing asymmetrisch gesitueerd op de kavel;
de nok-richting is gelijk aan die van de oorspronkelijke bebouwing.
Wat betreft vormgeving:
bebouwingskarakteristieken van de voorzijde van woningen, de voorzijde van boerderijwoningen inclusief eventueel aangebouwde schuur/stal, en montageschuren dienen bij verbouwingen en uitbreidingen in acht te worden genomen, zodat een harmoniërend geheel ontstaat;
bij nieuwbouw is vernieuwende vormgeving mogelijk maar met respect voor maat, schaal en kapvorm van de bestaande bebouwing in de directe omgeving
nieuwbouw heeft een heldere hoofdvorm die qua breedte, hoogte en diepteverhouding refereert aan de oorspronkelijke bebouwing en voorzien is van een zadeldak;
een bijbehorend bouwwerk is niet dominant ten opzichte van het hoofdgebouw en sluit qua vorm goed aan op de bestaande bouw.
Wat betreft detaillering, materialen en kleuren:
de kleuren en materialen harmoniëren met de directe omgeving;
glimmende dakbedekking is niet toegestaan, met uitzondering van zonnepanelen;
bij uitbreidingen en verbouwingen aan bestaande (oorspronkelijke) bebouwing sluit de detaillering, materiaal en kleur aan op de oorspronkelijke vormgeving van het gebouw.
Voor dakkapellen aan de voorzijde van een woning geldt:
dat de plaats van de dakkapel:
aan de onderzijde meer dan 0,50 meter en minder dan 1 meter boven de dakvoet is;
aan de bovenzijde meer dan 0,50 meter onder de daknok is;
aan de zijkanten meer dan 0,50 meter van de zijkanten van het dakvlak is;
bij meerdere dakkapellen bevinden de onder- en bovenkant van de dakkapellen zich op één horizontale lijn.
de maatvoering en vormgeving zijn, gemeten van de voet van de dakkapel, niet hoger dan 1,75 meter is;
de omvang van een dakkapel is ondergeschikt aan het dakvlak en bedraagt maximaal 50% van het dakvlak;
dakkapellen boven elkaar zijn niet toegestaan;
geen dakkapel ter hoogte van de vliering, maar onder in het dakvlak situeren;
bij een dakkapel op een arbeiderswoning minimaal 3 pannen aan de randen, de bovenzijde en vanaf de goot vrijhouden;
detaillering, materialen en kleuren van de dakkapel voldoen aan de volgende criteria:
de detaillering is afgestemd op die van het gebouw waarop de dakkapel staat;
het materiaal- en kleurgebruik zijn gelijk of gelijkwaardig aan – en passend bij – die van de woning.
**3..** Toetsing aan de criteria uit dit artikel wordt uitgevoerd door het college, met advies van de stadsbouwmeester of commissie omgevingskwaliteit en van de sitemanager Werelderfgoed Schokland en omgeving.
Hoofdstuk III.
Artikel 10
Gebiedscriteria Schokland en omgeving
Onderdeel van Beleidsregel uiterlijk bouwwerken