**1..** Dit artikel geldt voor aanpassen, uitbreiden of verbouwen van uiterlijke kenmerken bij monumenten en beeldbepalende elementen in de Noordoostpolder. Overal waar ‘monument’ staat, kan ook ‘beeldbepalend element’ gelezen worden.
**2..** Voor het beoordelen van wijzigingen aan monumenten en beeldbepalende elementen gelden de volgende criteria:
Wat betreft vormgeving monumenten algemeen:
de hoofdvorm en plaatsing van de wijziging passen bij het monument;
het bouwplan past in de structuur van het erf waarop het monument staat;
de verschijningsvorm heeft voldoende beeldkwaliteit en de bebouwingskarakteristieken van het monument worden gerespecteerd;
plaats, afmetingen en onderlinge verhoudingen van raam- en deuropeningen in de gevels zijn op elkaar afgestemd;
detaillering, kleur- en materiaalgebruik passen bij het monument.
**3..** Voor het beoordelen van zonnepanelen op monumenten gelden de volgende criteria (zie afbeelding 15, bijlage 1, voor stappenplan):
Wat betreft algemene criteria zonnepanelen op monumenten:
de plaatsing van zonnepanelen is zodanig dat het de monumentale waarden en de zichtbaarheid hiervan zo min mogelijk schaadt;
de oorspronkelijke dakbedekking wordt niet verwijderd;
de monumentale waarde van de inwendige constructie van het dak niet wordt aangetast door de versterking voor zonnepanelen;
zonnepanelen worden op zodanige wijze geïnstalleerd dat zij later weer verwijderd kunnen worden zonder dat het blijvende schade aan het pand veroorzaakt;
bevestiging vindt niet aan of op een gevel plaats.
Wat betreft kleur en reflectie:
collectoren of panelen worden geplaatst met zo min mogelijk reflectie;
collectoren of panelen hebben een onopvallende standaardkleur (alleen donkergrijs of zwart). De voorkant van de panelen moet een egale kleur hebben, dus zonder een wit rasterpatroon tussen de zonnecellen;
kies voor randen rondom de collector of het paneel in dezelfde terughoudende kleur. Zorg ook dat andere zichtbare onderdelen zoals kabels, leidingen of bevestigingsmiddelen, niet afsteken in glans en kleur.
Wat betreft plaatsing op schuine daken:
collectoren en zonnepanelen worden niet aan de voorkant van het monument aangebracht, tenzij plaatsing op het erf, in de (achter)tuin of op een niet-beschermd bijbehorend bouwwerk niet mogelijk is én plaatsing op een van de overige dakvlakken van het beschermde pand substantieel minder opbrengsten genereert;
de plaatsing is direct op - en evenwijdig aan - het dakvlak;
de plaatsing is op minstens 50 cm van de randen van dakvlakken, kapvoeten, kil- en hoekkepers, dakkapellen en schoorstenen;
de plaatsing is zo laag mogelijk in het dakvlak;
bij meerdere panelen in het dakvlak hebben de collectoren of zonnepanelen een regelmatige rangschikking op een horizontale lijn en worden ze in een eenduidig patroon geplaatst. Hierbij wordt rekening gehouden met andere voorzieningen zoals dakkapellen, dakramen en schoorstenen.
Wat betreft plaatsing op platte daken:
zonnepanelen blijven ten minste zo ver verwijderd van de dakrand als het hoogste punt van de zonnepanelen;
bij collectoren zijn alleen vlakkeplaatcollectoren toegestaan;
de zonnepanelen en collectoren zijn vierkant of rechthoekig.
**4..** Toetsing aan de criteria uit dit artikel wordt uitgevoerd door het college, met advies van de commissie omgevingskwaliteit.
Hoofdstuk IV.
Artikel 13
Beoordelingscriteria monumenten en beeldbepalende elementen
Onderdeel van Beleidsregel uiterlijk bouwwerken